Archiprix 2010

Publicatie datum: 27 augustus 2010 11:25 | Door: Jan Hendrik Bos

Archiprix 2010

Eind juni werden in Groningen de prijzen voor de beste afstudeerplannen van de Nederlandse ontwerpopleidingen uitgereikt. Met Archiprix wordt elk jaar op informatieve en kritische wijze de stand van zaken binnen het onderwijs en de verwante praktijk opgemaakt. Jan Hendrik Bos doet verslag.

Music City, Sebastiaan Jansen (Delft)

Criteria

Het afstudeerplan is de meesterproef voor elke student. Uit alle afstudeerplannen selecteert elke opleiding een aantal inzendingen voor Archiprix. Een onafhankelijke jury beoordeelt die inzendingen aan de hand van vaste criteria. Volg deze, en je bent een eind op weg naar een goed project: ‘de analyse van de opgave; de conceptuele kracht van het plan; de ruimtelijke kwaliteit van ontwerp in combinatie met een zorgvuldige inzet van middelen; de verantwoording in beeld en schrift en de samenhang tussen al deze elementen. Deze samenhang is van belang omdat de inzender daarmee aantoont het totale proces te beheersen waarbij het in de opgave gestelde probleem wordt vertaald naar een passende ruimtelijke oplossing.’  Met kwalificaties van de jury als ‘handig ontwerper’ of een plan waarmee ‘de ziel van het bestaande postkantoor verdwijnt’ win je dus gelukkig niet.

Stedenbouw

De jury was verheugd over de hoeveelheid stedenbouwkundige plannen, maar teleurgesteld over de kwaliteit. Krimp! van Emiel Arends (Academie Rotterdam) behandelt een gevaarlijk thema én een gevaarlijke regio. Krimp is taai en ingewikkeld, en maar moeilijk met ruimtelijke strategieën op te lossen. Ook is Parkstad Limburg al aardig uitgekauwd. De kans om een intelligent ontwerp te maken is helaas gemist. Er waren geen verbluffende overtuigende uitvindingen en de presentatie bekoorde de jury niet. Wel was er een eervolle vermelding voor het stedenbouwkundige plan ‘Urban Tactics’ van Zineb Seghrouchni (TUE) dat een basisstructuur biedt voor een zelforganiserende stadscultuur voor een buurt in Rio. De jury waardeert het intelligente plan van een ‘wereldverbeteraar’ en de bottum-up benadering. 

En de winnaars

De derde prijs ging naar een poëtisch project. Fleur Muris (Academie Maastricht) ontwierp een hotel voor de ‘voetpadmensen’. Inspiratie kwam van persoonlijke herinneringen aan de wandelingen door het Limburgse heuvellandschap en dan vooral de zintuiglijke prikkelingen. Er was lof voor de ambachtelijkheid van het plan en de ruimtelijke kwaliteiten. Op de zintuiglijke prikkeling van materiaalgebruik en detaillering na bood het ontwerp volgens de jury een zeer goed antwoord op de gestelde opgave.

De tweede prijs was voor een landschapsarchitect en dat is op zich al bijzonder. Monique Sperling (Wageningen) maakte een plan voor een adaptieve Afsluitdijk. Een actuele opgave waarbij de problematiek slim in kaart werd gebracht met een symposium van Rijkswaterstaat. Volgens de jury waren de scherpe observaties vertaald naar heldere uitgangspunten die vervolgens tot integrale uitvindingen leidden. Zo werd de ecologische barrière van de Afsluitdijk geslecht en wekte de dijk energie op uit zoet en zout water. Dit alles in de traditie van de ingenieurskunst van de Zuiderzeewerken.

De eerste prijs was voor een net zo raar als intrigerend plan van Jeroen Atteveld (Academie Amsterdam). Thermen Westpoort is een ontwerp voor een thermenbad in een vuilverbrandingsinstallatie. De ontworpen hedonistische pleziermachine zoekt als een worm de bruikbare plekken in het industriële complex op. Bronnen van stikstof en zwavel, rust en rumoer, introverte behandelruimtes in de stortschachten en een sauna met spectaculair uitzicht. De jury vond dat de locatie, het programma en het eigenzinnige en virtuoze ontwerp niet alleen realistisch waren in de Amsterdamse context, maar wees ook op een educatieve laag in het plan: de betekenis van het afval van de stad. De eerste prijs werd toegekend omdat het plan op alle niveaus overtuigend en consistent was.

En waarom hebben zij gewonnen? 

De laatste zin van de beoordelingscriteria van Archiprix is cruciaal. Juist op dit punt had de jury kritiek op menig plan. ‘De toenemende concentratie op onderzoek lijkt ten koste te gaan van de aandacht voor het ontwerp’, is een bekende dooddoener, maar de jury geeft ook een oplossing: ‘Repertoirekennis, conceptueel denken, visieontwikkeling, en oefening in het ambacht van het ontwerpen, zijn veel belangrijker dan een ‘wetenschappelijke’ verantwoording.’ Maar dat is toch waar de opleiding over gaat?

Ook is het een feit dat de ontwikkeling van al die kennis en vaardigheden tijd vraagt. En juist de tijd voor studeren komt steeds meer onder druk te staan. Over het uitgevonden tijdcontrole-instrument ‘het afstudeeratelier’ is de jury kritisch. Ze maakt zich zorgen over het verlies van de persoonlijke signatuur van het afstudeertraject en -project. Juist daar onderscheiden de prijswinnende plannen zich. Met een persoonlijke weg als doel, met degelijke ingenieurskunst en met zichzelf overstijgende virtuoze eigenzinnigheid. 

En wanneer haalt de Rotterdamse Academie de eerste prijs eens op? Ik zou dat niet als doel formuleren, wel het nadenken over de weg er naar toe. Weer een mooie uitdaging voor 2011. 

Jan Hendrik Bos is zelfstandig architect (bureau Volhoudbaar) en oud-student aan de Rotterdamse Academie van Bouwkunst.

 

 

 

P@ST, Frank Marcus (Tilburg)
Krimp! Een ontwerpstrategie voor Parkstad LImburg, Emiel Arends (Rotterdam)
Urban Tactics 'When I think of Rio de Janeiro,' Zineb Seghrouchni (Delft)
Refugium, Fleur Muris (Maastricht)
De toekomst van een adaptieve Afsluitdijk, Monique Spiering (Wageningen)
Thermen Westpoort, Jeroen Atteveld (Amsterdam

Reacties

Plaats een reactie

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.
By submitting this form, you accept the Mollom privacy policy.