Atelierprogramma 2010-2011
De ontwerpateliers nemen een prominente plaats in binnen het programma van de ontwerpopleidingen tot architect en stedenbouwkundige
Het ontwerponderwijs vormt de kern van de opleidingen tot architect en stedenbouwkundige. Binnen de ontwerpateliers worden ontwerp-vaardigheden ontwikkeld. Aan de basis daarvan staat een stabiele set van cruciale ingrediënten van de twee ontwerpende disciplines: maatschappelijk bewustzijn, ontwerpvakmanschap en vakmatig bewustzijn. Deze basisingrediënten komen aan de orde op de glijdende schaal tussen de vakgebieden interieurarchitectuur, architectuur, stedenbouw, regionaal ontwerpen en landschapsarchitectuur. Dankzij het jaarlijks wisselende aanbod van actuele atelieropgaven, die stuk voor stuk verschillen in schaal en complexiteit, wordt de continue basis steeds weer anders tegemoet getreden. Die breedte in opgaven sluit aan bij de praktijk van architecten en stedenbouwkundigen en weerspiegelt tegelijkertijd het actuele vakdebat.
De Academie leidt architecten en stedenbouwkundigen op die zich bewust zijn van de maatschappelijke realiteit waarin zij opereren en van de maatschappelijke consequenties van hun ontwerpend handelen binnen die werkelijkheid. Daarom spelen opgaven die betrekking hebben op de culturele, sociale en economische fenomenen een belangrijke rol in een aantal ateliers. Dit jaar gaat het daarbij om actuele opgaven op het terrein van de economisch rationeel ontwerpen, binnenstedelijke transformatie, het publieke domein, duurzaamheid en context.
Daarnaast biedt het atelierprogramma een aantal ateliers aan dat het ontwerpvakmanschap op verschillende niveaus centraal stelt. Het ontwerpvakmanschap toont zich niet alleen in de vertaling van een opgave in een ruimtelijke probleemstelling en een concept op basis waarvan programma en ruimte geordend worden. Minstens zo essentieel is de beheersing van de architectonische of stedenbouwkundige uitwerking waarmee het concept tot expressie gebracht en van inhoud voorzien wordt. Dit aspect van het vakmanschap komt tot uiting in wisselende ontwerpopgaven die zich concentreren op specifieke onderdelen van het ontwerpinstrumentarium of het kennislichaam van de ontwerpdiscipline, zoals dit jaar bouwtechnologie, architectonische en stedenbouwkundige typologieën, object, tektoniek, de grammatica van de Renaissance-architectuur, detail en materiaal.
Naast het maatschappelijk bewustzijn en ontwerpvakmanschap wordt binnen het atelierprogramma ook aandacht besteed aan de ontwikkeling van een vakmatig bewustzijn. Het gaat er daarbij om dat de student zich positioneert binnen de breedte van de architectuur en stedenbouw door bewust te kiezen voor specifieke ateliers. Alle ateliers worden begeleid door ontwerpers die werkzaam zijn in de beroepspraktijk. Door verschillende ateliers te doorlopen, wordt kennis-gemaakt met de diverse werkgebieden, werkmethoden en houdingen die bestaan binnen die praktijk. Docenten wordt gevraagd vanuit de thematiek van hun praktijk accenten aan te brengen binnen de ateliers: van mate-rialisatie en tektoniek tot programma en concept en van ruimtelijk onderzoek tot denken in scenario’s. Door deze schakering van diverse onderwerpen, thema’s en werkmethoden worden de studenten uitgedaagd tot het innemen van een positie binnen het vakgebied om daar vervolgens op te reflecteren.
— Klaas van der Molen & Jeroen de Willigen

