Beginkwalificaties

Vanwege de uiteenlopende achtergronden en vooropleidingen van de studenten, zijn de begintermen breed geformuleerd. Ze hebben niet alleen betrekking op de eigenlijke disciplines van de architectuur en stedenbouw, maar ook op de culturele, maatschappelijke en technische context van die vakgebieden en op de eventuele professionele achtergrond van de aankomende student. Omdat de Academie in de eerste plaats een ontwerpopleiding is, ligt daar ook het accent van de begintermen.

Een deel van de begintermen heeft betrekking op de eigenlijke discipline van de architectuur of de stedenbouw. Van de aankomende student wordt verlangd:

  • dat hij/zij beschikt over elementaire ontwerpvaardigheid;
  • dat hij/zij enig besef heeft van de theoretische context van de architectuur of de stedenbouw;
  • dat hij/zij kan spreken over het vak en de eigen ambities daarin, zo mogelijk in relatie tot de toekomstige beroepspraktijk;
  • dat hij/zij de motivatie voor de studie en het beeld van een architect of stedenbouwkundige onder woorden kan brengen;
  • dat hij/zij zich actief heeft georiënteerd in het beroepsveld;
  • dat hij/zij beseft dat architectuur of stedenbouw meer inhoudt dan een techniek om een probleem op te lossen;
  • dat hij/zij zelfstandig een opdracht of opgave kan interpreteren en vervolgens kan vertalen naar een ruimtelijke probleemstelling;
  • dat hij/zij een probleemstelling zinvol kan uitwerken;
  • dat hij/zij beseft dat aan de uitwerking methoden en technieken ten grondslag liggen;
  • dat hij/zij keuzes onder woorden kan brengen;
  • dat hij/zij zelfstandig het eigen ontwerpproces kan organiseren;
  • dat hij/zij het idee achter een voorstel onder woorden kan brengen en naast verbale argumenten ook andere communicatiemiddelen kan gebruiken, zoals maquettes, tekeningen, schetsen, perspectieven of diagrammen;
  • dat hij/zij beschikt over kennis van de Engelse taal op HBO-niveau.

Andere begintermen hebben betrekking op de culturele, maatschappelijke en technische context van de architectuur of stedenbouw. Hiervoor moeten in de vooropleiding voldoende basiskennis en vaardigheden zijn opgedaan. Die moeten onder meer tot uitdrukking komen in kennis van de techniek, zicht op de relatie met aanverwante vakgebieden en ontvankelijkheid voor maatschappelijke en culturele vraagstukken.