Bluefoam in Lille
Le Corbusier
De eerste stop op weg naar Lille is ‘Huis Guiette’ in Antwerpen, in 1926 door Le Corbusier gebouwd voor de schilder René Guiette. In de villa zijn vier van zijn vijf basiselementen voor architectuur toegepast. Opmerkelijk, aangezien zijn voornaamste verhandeling hierover toen nog niet was gepubliceerd. Alleen de pilotis ontbreken omdat deze binnen de bouwregelgeving niet toegestaan waren.
Euralille als Defensible Space
In Lille is ons voornaamste doel het plan voor Euralille van Rem Koolhaas. De gescheiden verkeersstromen voor treinen, auto’s, metro’s en voetgangers doen denken Le Corbusier. Een aardige ‘gimmick’ is de stationsfaçade, ontworpen door de Franse architect Jean-Marie Duthilleul. Vanuit de TGV die in een betonbak rijdt, kun je net over het randje van een waterpartij naar buiten kijken.
De ontwikkeling van Euralille heeft Lille een tweede kans gegeven na het instorten van de textielindustrie rond 1900. De komst van de Eurostar en de titel ‘culturele hoofdstad’ in 2004 hebben Lille weer op de kaart gezet. Het station zorgt voor een goede bereikbaarheid vanuit heel Europa. Vijfenvijftig procent van de economie van Lille is gericht op het toerisme. Ook is de stad voor sommige zakenmensen zelfs een betaalbare voorstad van Londen!
Euralille blijkt overdag goed te functioneren. ‘s Avonds wordt het gebied echter grimmiger. De anonieme ruimtes rond het station leveren een openbare ruimte op waarbij Oscar Newmann (Defensible Space, 1972) zou spreken van een “… gebrek aan territoriale invloed”. Het stationsplein is leeg en de gesloten façade van Jean Nouvel’s shopping center geeft een gevoel van onveiligheid.
Maar Lille is meer dan Euralille
Na Euralille neemt Ernie ons mee de stad in. Op de Grote Markt waan je je bijna in Brussel. De middeleeuwse structuren zijn goed herkenbaar. De oude gebouwen waren oorspronkelijk vrijwel allemaal voorzien van een laag verf in vrij harde kleuren. Zo werden de materialen beschermd tegen de toen zeer zure regen.
Zondag staat de omgeving van Lille op het programma. Het eerste doel is de Citadel die tussen 1668 en 1670 gebouwd werd door de architect Vauban. Het bezoek aan de Citadel valt helaas letterlijk in het water door de regen.
Voorbodes van andere studiereizen
Iets zuidelijker ligt ‘La Coupole’, een mega-bunker uit de Tweede Wereldoorlog, gebouwd voor de lancering van V2 raketten . Het kolossale gebouw heeft muren van vijf meter dik en voor de bouw is circa 100.000 m³ beton gestort. In de grote zaal is een tentoonstelling ingericht met aangrijpende videobeelden van dwangarbeiders en schokkend fotomateriaal.
Op de terugweg bezoeken we in Tourcoing ‘Les Pavillons de type Métropole’, waarin Jean Prouvé experimenteerde met prefab. Daarna gaan we naar ‘Le Grand Hornu’, een idealistisch opgezet mijnbouwcomplex dat tussen 1810 en 1830 werd opgericht door grootindustrieel Henri De Gorge. Deze ideale arbeideidersstad, in 2002 gerenoveerd en gered van de ondergang, is een voorbode van de Academiestudiereis naar ideaalsteden in Oost-Europa.
Tot slot
De excursie naar Lille was voor ons een hele belevenis. Het programma voor de trip was zo ingevuld dat we kennis hebben gemaakt met een gevarieerd palet aan interessante architectonische en stedenbouwkundige fenomenen.
Het is te hopen dat de Bluefoamers, of andere actieve studenten, dit soort excursies ter aanvulling van het Academieaanbod blijven organiseren. De ongedwongen opzet van excursies, onder begeleiding van iemand van het kaliber en met de kennis van Ernie Mellegers, zijn en blijven belangrijk voor onze ontwikkeling. Onderwijs in de praktijk zou je kunnen zeggen.
Erik den Breems is student aan de Rotterdamse Academie van Bouwkunst
(m.m.v. Henk Jan Imhoff)








