De opleidingen tot architect en stedenbouwkundige

Uitgangspunten, doelstellingen en eisen
De Rotterdamse Academie van Bouwkunst verzorgt Masteropleidingen tot architect en tot stedenbouwkundige.

Studenten worden opgeleid tot in de beroepspraktijkgerichte, vakbekwame en maatschappelijk bewuste architecten en stedenbouwkundigen die zich positioneren binnen de hedendaagse beroepspraktijk door:

  • een kritische, onderzoekende ontwerphouding. Zo kunnen ze ‘de vraag achter de vraag’ identificeren en die vertalen in een architectonisch(e) of stedenbouwkundig(e) strategie, concept en ontwerp. Ook kunnen ze de synthetiserende en creatieve kracht van het ontwerp in zetten, zodat ze de ruimtelijke en programmatische condities tot stand brengen waarbinnen de gewenste toekomstige werkelijkheid zich maximaal en duurzaam kan ontplooien.
  • kennis te hebben en bewust gebruik te maken van de mogelijkheden die het instrumentarium van de aangrenzende disciplines biedt bij het tegemoet treden van de eigen opgaven. De ‘traditionele’ rollen van architect en stedenbouwkundige zijn de laatste jaren steeds meer gaan vervagen en gaan overlopen in de rol van de experts binnen de aangrenzende disciplines. De Academie zorgt er dan ook voor dat een architect over de basiskennis op het gebied van stedenbouw beschikt en de stedenbouwkundige over de basiskennis op het gebied van architectuur. Maar dezelfde kwestie speelt evenzeer in de overlapgebieden met andere disciplines. Voor architectuur gaat het dan met name om interieurarchitectuur en voor stedenbouw om landschapsarchitectuur, planologie en (het ontwerpen van) infrastructuur.
  • een helder besef van de maatschappelijke en ruimtelijke consequenties van hun ontwerpend handelen. Architecten en stedenbouwkundigen moeten kennis van en inzicht in maatschappelijke (= sociale, economische, culturele en politieke) ontwikkelingen, trends, wensen en noden hebben. Ook is het belangrijk dat ze op de hoogte zijn van de vakmatige ontwikkelingen en veranderingen die (mede) daaruit voortvloeien. Dat is nodig om als architect of stedenbouwkundige daadwerkelijk een bijdrage te kunnen leveren aan het formuleren en tot stand brengen van ruimtelijke en programmatische condities, waarbinnen de maatschappelijke werkelijkheid zich maximaal en duurzaam kan ontplooien.

Afgestudeerden van de Academie kunnen zich inschrijven als architect of stedenbouwkundige in het Architectenregister. Ook kunnen ze de internationaal erkende titel Master in Architecture (MArch) of Master of Urbanism (MUrb) voeren. Het diploma geeft recht op inschrijving in het register van Stichting Bureau Architectenregister (SBA) te Den Haag als architect of stedenbouwkundige.

Beroepspraktijk
Studenten aan de Academie worden opgeleid tot vakbekwame en maatschappelijk bewuste architecten en stedenbouwkundigen. De worteling in de beroepspraktijk komt tot uiting in het concurrency-model dat de Academie hanteert, waarbij het werken in de praktijk in een reguliere arbeidsverhouding gecombineerd wordt met studie.

Opleidingscultuur
Op de Academie staat de persoonlijke ontwikkeling van studenten als beginnend architect of stedenbouwkundige centraal. De studenten hebben een grote mate van keuzevrijheid en eigen verantwoordelijkheid in het bepalen van de richting in het vak en de beroepsuitoefening. De studenten worden getraind hun eigen ontwikkeling van beroepsvaardigheden en studievoortgang te bewaken, te sturen en zelf te toetsen. Zo wordt de basis gelegd voor het werken aan en reflecteren op de eindkwalificaties van de opleiding.

Het studiedeel aan de Academie in Rotterdam heeft als bijzonder kenmerk dat het grotendeels horizontaal georganiseerd is. Er is met uitzondering van het basisjaar geen jaarsysteem. Dat houdt in dat jongerejaarsstudenten en ouderejaarsstudenten met elkaar het onderwijs volgen. Dit heeft als belangrijk voordeel dat studenten in verschillende stadia van de opleiding van elkaar kunnen leren. De Academie streeft daarmee naar een leeromgeving die in overeenstemming is met de beroepspraktijk en naar een onderwijscultuur waarin een afwisseling plaatsvindt van leren en onderwijzen, van beoordeeld worden en zelf beoordelen, van het zoeken naar de juiste vragen en het nemen van stelling.