Over de Academie en doelstellingen

De Rotterdamse Academie van Bouwkunst is opgericht in 1965. Eén van de medeoprichters is architect Huig Maaskant, o.a. bekend als ontwerper van de Euromast en het Groothandelsgebouw. Inmiddels zijn er 700 professionele architecten en stedenbouwkundigen afgestudeerd. De Academie staat in dé architectuurhoofdstad van Nederland waar veel toonaangevende bureaus gevestigd zijn. Het onderwijs aan de Academie kenmerkt zich door een sterke interactie met de beroepspraktijk, doordat je tegelijkertijd onderwijs volgt én werkt. Onze docenten zijn vooraanstaande ontwerpers uit diezelfde praktijk en staan daardoor midden in het actuele vakdebat. Andere belangrijke kenmerken van de Academie zijn de nadruk op het ontwerpen, het studieprogramma dat je zelf mag samenstellen en de persoonlijke benadering.

De diploma’s Master of Architecture (MArch) en Master of Urbanism (MUrb) geven recht op inschrijving in het architectenregister. Eenmaal geregistreerd mag je de titel architect of stedenbouwkundige voeren.

Studenten worden opgeleid tot praktijkgerichte, vakbekwame en maatschappelijk bewuste architecten en stedenbouwkundigen die zich positioneren binnen de hedendaagse beroepspraktijk door:

  • een kritische, onderzoekende ontwerphouding. Ze kunnen ‘de vraag achter de vraag’ identificeren en die vertalen in een architectonisch(e) of stedenbouwkundig(e) strategie, concept en ontwerp. Ook kunnen ze vanuit die houding de synthetiserende en creatieve kracht van het ontwerp maximaal inzetten, zodat ze daadwerkelijk een productieve bijdrage kunnen leveren aan de opgaven waar de hedendaagse samenleving voor staat.

  • kennis te hebben en bewust gebruik te maken van de mogelijkheden die het instrumentarium van de aangrenzende disciplines biedt bij het tegemoet treden van de eigen opgaven. De ‘traditionele’ rollen van architect en stedenbouwkundige zijn de laatste jaren steeds meer verbreed en gaan overlopen in de rol van de experts binnen de aangrenzende disciplines. De Academie zorgt er dan ook voor dat een architect over de basiskennis op het gebied van stedenbouw beschikt en de stedenbouwkundige over de basiskennis op het gebied van architectuur. Maar ook ontwikkelen studenten relevante kennis van andere aangrenzende disciplines. Voor architectuur gaat het dan in de eerste plaats om interieurarchitectuur en voor stedenbouw om landschapsarchitectuur, planologie en (het ontwerpen van) infrastructuur.

  • een helder besef van niet alleen de ruimtelijke, maar ook de maatschappelijke consequenties van hun ontwerpend handelen. Architecten en stedenbouwkundigen moeten kennis van en inzicht in maatschappelijke (= sociale, economische, culturele en politieke) ontwikkelingen, trends, wensen en noden hebben. Ook is het belangrijk dat ze op de hoogte zijn van de vakmatige ontwikkelingen en veranderingen die (mede) daaruit voortvloeien. Dat is nodig om als architect of stedenbouwkundige daadwerkelijk een bijdrage te kunnen leveren aan het formuleren en tot stand brengen van ruimtelijke en programmatische condities, waarbinnen de maatschappelijke werkelijkheid zich maximaal en duurzaam kan ontplooien.