In den beginne was er…
Vooronderzoek naar opdrachtformulerende stedenbouw
Publicatie datum: 27 januari 2011 03:48 | Door: Chris van Langen
Reageer!
Verschuiving van focus
Zoals bekend is het stedenbouwcurriculum al sinds enige tijd verrijkt met iets dat we vooralsnog ‘opdrachtformulerende stedenbouw’ noemen. Zo kwam bijvoorbeeld de laatste Iktinosprijswinnaar uit een atelier dat onder die vlag voer. Deze vorm van stedenbouw beslaat het deel van de stedenbouwkundige discipline dat maatschappelijke opgaven verkent, duidt en vertaalt naar ruimtelijk-programmatisch opgaven. Kort door de bocht gaat het daarbij dus om de stedenbouwkundige bijdrage aan de definiëring van de opgave. Dit deel van het vakgebied is de afgelopen decennia nogal verwaarloosd. Gezien de heersende focus op de op uitvoering gerichte kant van het vak, met name in de context van stadsuitbreidingen en de transformatie van brown field areas is dit op zich wel begrijpelijk.
Nieuw instrumentarium nodig
De huidige context vraagt echter om aandacht voor dat strategische, aan de voorkant van stedenbouwkundige processen gepositioneerde deel van de stedenbouw. Maar is het bestaande stedenbouwkundig instrumentarium afdoende om op die vraag een adequaat antwoord te geven? Het antwoord op die vraag lijkt “Nee!” te zijn. Vanuit dat vermoeden lobbyt de Academie voor een lectoraat Opdrachtformulerende Stedenbouw. Dat lectoraat moet volgens ons een onderzoeksprogramma ontwikkelen en uitvoeren dat gericht is op het definiëren en (door)ontwikkelen van het instrumentarium van die opdrachtformulerende (of opgave definiërende) stedenbouw. Om die lobby kracht bij te zetten – en de eventuele lector een vliegende start te geven – besloten we een vooronderzoek te starten.
Veldverkenning
Het doel van het vooronderzoek is om de thema’s van het gewenste onderzoeksprogramma scherper te krijgen, in hoofdlijnen te definiëren en te kunnen vertalen in benoembare deelonderzoeken en (deel)projecten. Om dat te verwezenlijken, is een veldverkenning uitgevoerd die uit twee componenten bestond: een 11-tal, door .FABRIC afgenomen, interviews en een 2-tal expertmeetings. Uit deze veldverkenning wordt een eindconclusie gedestilleerd die de basis vormt voor volgende stappen. Tegelijkertijd biedt het input voor het beoogde lectoraat en het daaraan verbonden onderzoeksprogramma. Mocht het lectoraat er onverhoopt niet komen, zal de Academie de eindconclusies inzetten voor een verdere aanscherping en verdieping van ons stedenbouwcurriculum.
Roep om vernieuwing
De 11 geïnterviewden waren vertegenwoordigers van publieke en private opdrachtgevers, kennisinstellingen en de stedenbouwkundige beroepspraktijk. Een groot deel van hen onderschreef de noodzaak van een verschuiving van de focus binnen de stedenbouw naar de opgave definiërende fase. Inhoudelijk leverden de interviews heel veel op. Samenvattend (en dus reducerend) gaat het er om dat de context van het stedenbouwkundig handelen sterk is veranderd, waarbij het primaat van de economie als stadvormende kracht en de verdere versplintering van het opdrachtgeverschap benadrukt werden. De verander(en)de context maakt een vernieuwing van zowel de houding als het instrumentarium van de stedenbouwkundige noodzakelijk. Die vernieuwingsslag is al gaande, maar moet zich verder ontwikkelen en zou daarbij geholpen moeten worden door structurele kennisontwikkeling en -deling.
Kennis is kracht
In de expertmeetings, met mensen die dicht op de huid van het stedenbouwkundig metier zitten, lukte het om een eerste stap naar de contouren van het noodzakelijk geachte nieuwe instrumentarium te zetten. Daarbij viel de nadruk op het ontwerp als procesinstrument en als duider van mogelijkheidszin op. Maar de roep om een verdere ontwikkeling van de communicatieve en moderatieve potenties van het ontwerp verdient eveneens aandacht, ook vanuit het perspectief van de noodzakelijke ‘zelfbewuste bescheidenheid’ van de stedenbouwkundige. De krachtige ondersteuning van de roep om structurele kennisontwikkeling en -deling moet consequenties hebben: kennis is collectieve kracht. Wordt vervolgd.
Zoals bekend is het stedenbouwcurriculum al sinds enige tijd verrijkt met iets dat we vooralsnog ‘opdrachtformulerende stedenbouw’ noemen. Zo kwam bijvoorbeeld de laatste Iktinosprijswinnaar uit een atelier dat onder die vlag voer. Deze vorm van stedenbouw beslaat het deel van de stedenbouwkundige discipline dat maatschappelijke opgaven verkent, duidt en vertaalt naar ruimtelijk-programmatisch opgaven. Kort door de bocht gaat het daarbij dus om de stedenbouwkundige bijdrage aan de definiëring van de opgave. Dit deel van het vakgebied is de afgelopen decennia nogal verwaarloosd. Gezien de heersende focus op de op uitvoering gerichte kant van het vak, met name in de context van stadsuitbreidingen en de transformatie van brown field areas is dit op zich wel begrijpelijk.
Nieuw instrumentarium nodig
De huidige context vraagt echter om aandacht voor dat strategische, aan de voorkant van stedenbouwkundige processen gepositioneerde deel van de stedenbouw. Maar is het bestaande stedenbouwkundig instrumentarium afdoende om op die vraag een adequaat antwoord te geven? Het antwoord op die vraag lijkt “Nee!” te zijn. Vanuit dat vermoeden lobbyt de Academie voor een lectoraat Opdrachtformulerende Stedenbouw. Dat lectoraat moet volgens ons een onderzoeksprogramma ontwikkelen en uitvoeren dat gericht is op het definiëren en (door)ontwikkelen van het instrumentarium van die opdrachtformulerende (of opgave definiërende) stedenbouw. Om die lobby kracht bij te zetten – en de eventuele lector een vliegende start te geven – besloten we een vooronderzoek te starten.
Veldverkenning
Het doel van het vooronderzoek is om de thema’s van het gewenste onderzoeksprogramma scherper te krijgen, in hoofdlijnen te definiëren en te kunnen vertalen in benoembare deelonderzoeken en (deel)projecten. Om dat te verwezenlijken, is een veldverkenning uitgevoerd die uit twee componenten bestond: een 11-tal, door .FABRIC afgenomen, interviews en een 2-tal expertmeetings. Uit deze veldverkenning wordt een eindconclusie gedestilleerd die de basis vormt voor volgende stappen. Tegelijkertijd biedt het input voor het beoogde lectoraat en het daaraan verbonden onderzoeksprogramma. Mocht het lectoraat er onverhoopt niet komen, zal de Academie de eindconclusies inzetten voor een verdere aanscherping en verdieping van ons stedenbouwcurriculum.
Roep om vernieuwing
De 11 geïnterviewden waren vertegenwoordigers van publieke en private opdrachtgevers, kennisinstellingen en de stedenbouwkundige beroepspraktijk. Een groot deel van hen onderschreef de noodzaak van een verschuiving van de focus binnen de stedenbouw naar de opgave definiërende fase. Inhoudelijk leverden de interviews heel veel op. Samenvattend (en dus reducerend) gaat het er om dat de context van het stedenbouwkundig handelen sterk is veranderd, waarbij het primaat van de economie als stadvormende kracht en de verdere versplintering van het opdrachtgeverschap benadrukt werden. De verander(en)de context maakt een vernieuwing van zowel de houding als het instrumentarium van de stedenbouwkundige noodzakelijk. Die vernieuwingsslag is al gaande, maar moet zich verder ontwikkelen en zou daarbij geholpen moeten worden door structurele kennisontwikkeling en -deling.
Kennis is kracht
In de expertmeetings, met mensen die dicht op de huid van het stedenbouwkundig metier zitten, lukte het om een eerste stap naar de contouren van het noodzakelijk geachte nieuwe instrumentarium te zetten. Daarbij viel de nadruk op het ontwerp als procesinstrument en als duider van mogelijkheidszin op. Maar de roep om een verdere ontwikkeling van de communicatieve en moderatieve potenties van het ontwerp verdient eveneens aandacht, ook vanuit het perspectief van de noodzakelijke ‘zelfbewuste bescheidenheid’ van de stedenbouwkundige. De krachtige ondersteuning van de roep om structurele kennisontwikkeling en -deling moet consequenties hebben: kennis is collectieve kracht. Wordt vervolgd.

