Dubbele agenda kenmerkt nieuw architectuur- en ontwerpbeleid Rijk

Publicatie datum: 10 november 2011 10:54 | Door: Chris van Langen

 De door de ministeries van OCW en IenM georganiseerde ‘startbijeenkomst Architectuur- en ontwerpbeleid 2012+’, die op 20 oktober 2011 plaats vond, had een doel. Maar dat doel was niet primair, zoals vooraf verkondigd, de uitgenodigde vakwereld te betrekken bij het opstellen van het nieuwe beleid. Het ging veeleer om ‘bewustwording’ en ‘hulp’.

Ambitiedocument College van Rijksadviseurs

Al uit het programma werd duidelijk dat het niet om een debat met de (vele) genodigden kon gaan. Schijnbaar stonden er drie discussies centraal. Respectievelijk over ‘nieuwe opdrachtgevers’, ‘onderwijs- en onderzoekspraktijk’ en ‘ontwerppraktijk’, en over de vragen vanuit die praktijken aan het nieuwe beleid. Voor elke discussieronde was 25 minuten gereserveerd en waren 6 debatdeelnemers uitgenodigd. Dan weet je dat er slechts een opeenvolging van (grotendeels) bekende standpunten zal volgen en géén discussie met de overige genodigden. Daar was het dus blijkbaar ook niet om te doen. Volgens mij hadden de organisatoren twee andere doelen.

Beleidskaders

Ten eerste moesten de aanwezigen de uitgangspunten voor het nieuwe beleid goed tussen de oren krijgen. Zowel Monique Vogelzang (OCW) als Henk Ovink (IenM) benadrukten de nieuwe contouren van de ‘architectuurinfrastructuur’: minder geld en een eenvoudiger structuur in de vorm van 2 centrale ‘instituties’ – een verbreed sectorinstituut (‘NAi+’) en een verbreed fonds (‘SfA+’) – met daaronder een wereld van actoren en instellingen. Die driehoek kan volgens Henk Ovink alleen bij elkaar gehouden worden door een heldere architectuur- en ontwerpagenda voor de toekomst. Binnen de kaders van die agenda zullen de actoren en instellingen slimme allianties moeten aangaan om aanspraak op ondersteuning te kunnen maken. In dat licht zal het nieuwe beleid zich vooral ook uitspreken over de rol en positie van de in zijn ogen minst veranderingsgezinde partijen: de opdrachtgevers en de opleidingen.

Inhoudelijke kaders

Deze constatering was ook terug te vinden in de bijdrage van Yttje Feddes, Rijksadviseur voor het Landschap. In ‘Architectuur Nu!, Ambitiedocument toekomstig Architectuurbeleid’ benoemt het College van Rijksadviseurs een zevental cruciale ruimtelijke opgaven voor de toekomst: de vernieuwing van de stad, zorg & gezondheid, infrastructuur & ruimtelijke ontwikkeling, de wateropgave, energielandschappen, de vernieuwing van het landelijk gebied en krimp. En daarnaast benoemt ze de bouwstenen voor het nieuwe architectuurbeleid. Dat zijn, naast ‘ontwerp voorop’, ‘stimuleren stedenbouw en regionaal ontwerp’ en ‘herbestemming’ (de bouwstenen van de vigerende architectuurnota), ‘opdrachtgeverschap’ en ‘onderwijs en beroepservaring’.

Subversieve agenda

Naast een lesje in felrealistische bewustwording was de bijeenkomst echter ook een bijna vertwijfelde roep om hulp. Hulp bij de subversieve agenda van de organisatoren. Dat bleek bij de welhaast vertederende omarming van één bijdrage van één debatdeelnemer: “Durf radicaal te zijn. De condities voor de beroepspraktijk en de beroepspraktijk zelf veranderen radicaal, dus ook het beleid moet radicaal om!”. Maar het bleek nog pregnanter uit het programmeren van columns (hoeveel onschuldiger kan het lijken?) van Joachim Declerck (samen met Henk Ovink curator van de IABR 2012) en Wouter Vanstiphout (Henk Ovinks’ hoogleraar ‘Ontwerp en Politiek’ aan de TU Delft). Met name Wouter Vanstiphouts’ pleidooi voor een krachtige en zelfbewuste overheid staat nogal haaks op de lijn van het kabinet. Henk Ovink is te intelligent om dat niet te beseffen.

Vervolg

Ik vermoed dan ook dat de vervolggesprekken over het nieuwe beleid in dit licht moeten worden gezien. Enerzijds zullen met name opdrachtgevers en opleidingen zich moeten voorbereiden op en voegen naar een veranderingsgezinde agenda. Anderzijds zullen zij (en de andere actoren op het architectuurveld) gevraagd worden mee te denken en te helpen aan een lichtelijk subversieve agenda. Dat kan nog spannend worden!

Column Joachim Declerck

Het officiële verslag

Henk Ovink - directeur Ruimtelijke Ontwikkeling IenM
Wouter Vanstiphout - hoogleraar Ontwerp en Politiek TU delft