Wat de boer niet (meer) kent...

Afstudeerdatum: 
16-09-11

Prototype groepswoning voor dementerende agrariërs in Zuid-Limburg

De komende dertig jaar zullen er op het platteland grote sociale veranderingen plaatsvinden. Door vergrijzing en schaalvergroting komt de mantelzorg in het gedrang. Dit vraagt om een snelle uitbreiding van het zorgapparaat; de jonge beroepsbevolking vertrekt echter naar de stad.

Een kleinschalige woonvorm waarin oudere boeren een gezamenlijk huishouden voeren in de directe nabijheid van een actief bedrijf zou een oplossing kunnen zijn. Hiervoor zal een nieuw woningtype ontworpen moeten worden waarbij de beperkingen en behoeften van dementerenden het uitgangspunt vormen.

De ruimtebehoefte van deze specifieke doelgroep bestaat uit een boerderij-achtige woning met woonkeuken en moestuin. Om het biologische ritme dagelijks bij te stellen is oriëntatie op de windrichtingen wenselijk.

De situering van de actieve woonkeuken op het oosten en een rustgevende salon op het westen, vormen een logisch begin en einde van de dag. Met name in de winter is een groot venster op het zuiden nodig om aan de hoge daglichtbehoefte te voldoen. In de ruimten moeten de zintuigen zodanig geprikkeld worden dat de totale sensorische ervaring de functie verduidelijkt. Coderingen en subtiele verwijzingen worden niet begrepen. De continue behoefte aan externe prikkels maakt privé-ruimten overbodig. Een ruime bedstede grenzend aan de hoofdruimten past beter in de belevingswereld van deze doelgroep.

Het prototype refereert op een abstracte manier naar de plaatselijk dwarshuisboerderij waarbij de karakteristieken gedramatiseerd worden. Om het steeds veranderende daglicht in de woning te ervaren heeft het een open plattegrond en vier grote openingen op de windrichtingen. Centraal in de ruimte staat een imposante leemrode kern met twee grote schouwen die de woning in vier ruimten deelt: entreehal, woonkeuken, serre en salon met elk hun specifieke oriëntatie op de zon en de omgeving. Langs de lage gevelwanden van de keuken en salon zijn tien gelijke afsluitbare nissen gesitueerd die als slaapruimte, rustruimte of bergruimte dienst kunnen doen. 

Dit eenvoudige ruimteplan kan zonder grote ingrepen herbestemd worden. Door alle elementen van de woning systematisch in flexibiliteitsklassen onder te brengen, kunnen deze aanpassingen plaatsvinden zonder dat het gebouw aan architectonische waarde inboet. Van onveranderlijk tot vervangbaar is de onderverdeling:

 

  1. site (fundering en voorgevel), 
  2. services (kern), 
  3. structure (3d-skelet), 
  4. skin (dak en gevels), 
  5. scenery (vloeren, binnenwanden, deuren), 
  6. stuff (inrichting)

 

De eerste vier klassen hebben een sterke architectonische expressie in materiaal en detaillering; de laatste twee klassen zijn geheel afgestemd op de zintuigelijke ervaring door de gebruiker. Door een heldere vormtaal en natuurlijk materaalgebruik zijn architectuur en dementie in dit gebouw verenigd.

Dit nieuw woningtype heeft de potentie een duurzame oplossing te bieden voor de zorgvraag op het platteland.

 

Mentor: Serge Schoemaker

Wat de boer niet (meer) kent...
Wat de boer niet (meer) kent...
Wat de boer niet (meer) kent...
Wat de boer niet (meer) kent...
Wat de boer niet (meer) kent...