Kwaliteitszorg

De Rotterdamse Academie van Bouwkunst wil goed onderwijs aanbieden. In de ogen van de Academie is goed onderwijs samen te vatten in vier punten:

  1. In het beroep van architect en stedenbouwkundige staan de ontwerparbeid en de resultaten daarvan centraal. In het ontwerponderwijs wordt sturing in het proces van deze arbeid verduidelijkt en bewust gemaakt. Het initiatief van de student is daarbij primair en noodzakelijk.
  2. Beroepsvaardigheden worden gedefinieerd als het vermogen om kennis, vaardigheid en inzichten doelbewust, strategisch en geïntegreerd in zichtbaar gedrag en houding om te zetten. Deze worden regelmatig op relevantie en actualiteit met het werkveld afgestemd.
  3. Via concurrency-onderwijs streven de opleidingen naar optimale samenhang tussen binnen- en buitenschools curriculum, integratie van vakinhoudelijke kennis en praktijk en beroepservaring met de student als studerende werknemer in een reguliere arbeidsverhouding.
  4. Door het binnenschools curriculum horizontaal te organiseren wordt de studie vraaggeoriënteerd, waardoor studenten zelf sturing moeten geven aan hun leerproces. Het horizontale curriculum impliceert dat er in het onderwijsaanbod geen onderscheid wordt gemaakt tussen de studiejaren.
    Deze visie is niet statisch; de visie op wat goed onderwijs is en welke organisatie daar het beste bij past, verandert immers met de jaren. Daarom worden ambities en doelen op gezette tijden bijgesteld, zowel op basis van externe ontwikkelingen als op basis van interne ervaringen.

Goede middelen en goede docenten
Goed onderwijs kan gerealiseerd worden met goede middelen en goede docenten. De Academie besteedt hier bijzonder veel aandacht aan. Er wordt met een kleine staf van vaste medewerkers gewerkt en met een wisselende groep van gastdocenten die steeds zorgvuldig geselecteerd wordt op hun kwaliteiten.

Kwaliteitszorgsysteem
Om structureel de kwaliteit van onderwijs en organisatie te waarborgen, hanteert de Academie van Bouwkunst een consistent en gestructureerd kwaliteitszorgsysteem. De Academie is van mening dat alle medewerkers verantwoordelijk zijn voor goed onderwijs. Van het verzorgen van een atelier tot het uitvoeren van de studiepuntenregistratie. Het realiseren en borgen van de kwaliteit van het onderwijs is geen taak van een of twee medewerkers van de Academie, maar de taak van iedereen. Om te kunnen vaststellen of de uitvoeringspraktijk voldoet aan de eisen die de Academie aan goed onderwijs en een goede onderwijsorganisatie stelt, is er een uitgebreide set van kwaliteitszorginstrumenten.

Overlegvormen
De Academie van Bouwkunst kent vele overlegvormen waarin vrijwel alle actoren betrokken zijn. Zo is er vijf keer per jaar het studentenoverleg. De Academie betrekt werkgevers via de beroepenveldcommissie en is betrokken bij vele andere overleggen binnen de beroepsgroep, zoals het Landelijk Overleg Bouwkunst Opleidingen (LOBO), de Bond voor Nederlandse Architecten en de Bond voor Nederlandse Stedenbouwkundigen en Planologen. Zo zorgt de Academie ervoor dat de opleidingen enerzijds aansluiten bij het eisen en wensen van de (veranderende) beroepspraktijk en anderzijds dat de doelmatigheid van de ingezette leermiddelen maximaal is vanuit het perspectief van de individuele student.