DELTA(t)HUIS
DELTA(t)HUIS
De absurde hoeveelheid vierkante meter kantooroverschot staat in schrilcontrast met de blijvende vraag naar woonruimte in de grote steden; dit vraagt om een een-tweetje. Kantoorgebouwen uit de jaren ’60, ’70 en ’80 die niet meer verhuurd raken ombouwen tot woniningen.
Kan dat zomaar? Zijn kantoorgebouwen geschikt voor bewoning? En wat doet het met een stad en de straat wanneer zich achter een verder neutrale kantoorgevel het privéleven zich afspeeld?
Herbestemmen
Bij deze opdracht, het herbestemmen kwam ik er achter dat belangrijkste is om zo snel en zo goed mogelijk uit te vinden wat je in handen hebt. Wat voor soort woningen zijn er mogelijk binnen de omtrekken van het gebouw. Waar liggen de cadeautjes en welke situaties zijn onacceptabel. Heb je iets op te lossen?
Op basis van daglichttoetreding, uitzicht, gebouwdiepte, ontsluiting en ruimtelijke en constructieve extra’s heb ik een analyse gemaakt.
Een van de zaken die naar voren kwam was dat het huidige grid 1250x1250 minder geschikt is voor kamerindeling icm geveloppervlak. Binnen het grid van de kolommen, 7500 x 7500, heb ik daarom een nieuw grid geintroduceerd, 500 x 500. Hiermee bereik ik een beukmaat van 4,80 per woning (twee slaapkamers aan de gevel) en loopt een wand altijd in het midden op de kolom of er precies naast, zodat je nooit rare aansluitingen krijgt.
Woningtypes
Op basis eerdergenoemde analyse en het nieuwe grid kwam ik op tot een 6-tal woningtypes op 6 plekken in het gebouw.
Op de vleugel aan de Oostzijde, in de expeditiehof is de situatie dramatisch. Het gebouw is te diep (33 meter) en aan een zijde bevind zich een gevel zonder zon en zonder uitzicht. Diepe, enkelzijdige woningen in de schaduw zijn geen optie.
Het gebouw wordt hier daarom verjongt en zo plaats aan doorzonwoningen aan een corridor met wonen aan de ene gevel en slapen op een andere verdieping aan de andere gevel.
Gebouwmassa
Doordat aan de Noord-Westzijde een deel wordt weggenomen van het volome geeft dat een verlies in oppervlakte van zo’n 2000 m2. Dit wordt opgelost door op de verschillende daken een verdieping bij te bouwen in een lichte constructie.
Het weggenomen deel zorgt tevens voor meer zonlicht voor de woningen aan de Noordgevel. Vanaf een uur of vier draaid de zon daar de woonkamers binnen. En door de lage gebouwhooge van de lijnbaan, Verdwijnt de zon ook pas achter andere gebouwen als zij echt ‘onder’ gaat.
De inham die ontstaan is, is zo vormgegeven dat het gewicht van de overhangende vloeren goed verdeelt wordt. Zonder grote overstekken waar ingewikkelde schoorconstructies voor nodig zijn.





