Praktijkdeel

Alle opleidingen aan de Rotterdamse Academie van Bouwkunst bestaan uit een studiedeel en een praktijkdeel. Hoe veelzijdig en compleet de kennis, vaardigheden en inzichten ook binnen het aanbod van studietrajecten mogen zijn, de uitoefening van het beroep als architect of stedenbouwkundige en het functioneren in de bouw-, plannings- en uitvoeringspraktijk zal toch voornamelijk in de praktijk geleerd moeten worden. Om van theorie praktijk te maken, zal de student ervaring op moeten doen. Dit geldt bij uitstek voor ruimtelijk vormgeven, een vaardigheid die de student alleen via het learning-by-doing-principe kan aanleren!

De student geeft zelf inhoud aan de opleiding door een zinvolle wisselwerking tussen werk en studie in te richten. Natuurlijk krijgt hij daar wel begeleiding bij.

Er wordt een aantal eisen aan de werkplek gesteld:

  • De werkplek moet relevant zijn voor de gekozen opleiding. Dat betekent voor een student architectuur werk op een architectenbureau. Voor een student stedenbouw betekent het een werkplek bij een stedenbouwkundig bureau of bij een stedenbouwkundige dienst. Een student landschapsarchitectuur kan terecht bij een bureau voor landschapsarchitectuur, of bij een dienst waar ontwerpwerk wordt gedaan.
  • De taken, werkzaamheden en verantwoordelijkheden op de werkplek moeten in overeenstemming zijn met de opleidingsfase van de student.
  • De student wordt in zijn werkzaamheden actief begeleid door één of meerdere ontwerpers.
  • Er is sprake van een stimulerende en uitdagende werkomgeving met voldoende voorwaarden voor de student om zich te ontwikkelen tot een adequaat handelende beroepsbeoefenaar (ontwerper).
  • De ‘infrastructuur’ is van voldoende niveau. Denk daarbij aan de beschikbaarheid van vakliteratuur, documentatie over regelgeving en materialen en de mogelijkheid tot discussie over het vak.
  • De werkplek stelt de student in staat om, in de loop van de studie, met alle onderdelen van het proces te maken te krijgen en inzicht te verwerven in de samenhang tussen die verschillende onderdelen van het traject (van ontwerp tot oplevering).
  • Er is in principe sprake van een evenwichtige verhouding tussen studie en werk, uitgaande van een werkweek van minimaal 20 en maximaal 32 uur. De vrijdagen en een of twee avonden moeten voor de studie beschikbaar zijn.