Studeren in de beroepspraktijk
Een belangrijk kenmerk van het onderwijs aan de Academie van Bouwkunst is de verwevenheid van het studeren met het werken in de beroepspraktijk. Het curriculum van de opleiding omvat dan ook een studie- en een praktijkdeel. Het studie- of binnenschoolse deel is het feitelijke onderwijs op de Academie, het praktijkdeel heeft betrekking op het werken van jou als studerende werknemer in de beroepspraktijk.
Als werknemer in het reguliere arbeidsproces moet je zelf zorgen, en ben je zelf verantwoordelijk, voor de kwaliteit van de werkzaamheden, de eigen vakontwikkeling en beroepsvaardigheden, en het realiseren van een optimale wisselwerking tussen studie- en praktijkdeel van het curriculum.De ontplooiing die studenten in hun praktijksituatie moeten realiseren is in essentie een persoonlijk groeiproces. De kwaliteit van de ontwikkeling wordt bepaald door de mate waarin studenten zich daarvoor willen inzetten en er verantwoordelijkheid voor nemen. Studenten die daartoe in staat zijn tonen aan over het zelfsturend vermogen te beschikken dat van een afgestudeerde Master in Architecture (MArch), of Master in Urbanism (MUrb) mag worden verwacht.
De nadruk op zelfsturing door de studerende werknemer heeft ook alles te maken met de diversiteit van de beroepspraktijk. Werksituaties lopen sterk uiteen en kennen soms heel verschillende leertrajecten. De Academie respecteert deze diversiteit door in de uitwerking van het buitenschools curriculum de ontwikkeling van de student als uitgangspunt te nemen. Binnen de grenzen van de begin- en eindtermen van de beroepspraktijk kan de student zelf aangeven wat zijn leerbehoeften zijn en daarmee in belangrijke mate zijn toekomst als architect, stedenbouwkundige zelf vormgeven.

