Werken en leren

Alleen als architecten en stedenbouwkundigen tijdens of direct na hun opleiding concrete praktijk- en beroepservaring opdoen, kunnen ze hun vakbekwame beroepsuitoefening tot stand laten komen. Daarom combineren alle Academies van Bouwkunst in Nederland werk en studie met elkaar. Het gelijktijdig en in relatie met elkaar ontwikkelen van werk en studie wordt het concurrency-model genoemd. Ook de Rotterdamse Academie van Bouwkunst werkt volgens dit model. Studenten aan de Academie zijn studerende werknemers in een reguliere arbeidsverhouding; de opleiding is in feite een stap in de loopbaanontwikkeling. De opleidingen hebben een praktijkdeel en een studiedeel, die als twee met elkaar verstrengelde leerwegen een eigen dynamiek en leerinhoud hebben. De overeenkomst in beide leerlijnen is learning by doing.

Op de Academie staat visievorming centraal, niet alleen over de definities van stedenbouw en architectuur, maar over heel veel facetten van het leven. De student wordt getraind om niet alleen na te denken over een situatie, maar ook om een situatie op verschillende manieren te benaderen of in te schatten. In de praktijk wordt deze visie vooral aangescherpt. De student moet binnen marges, regels en conventies tot aanvaardbare resultaten zien te komen. In de praktijk zullen inzichten eerder bevestigd worden, terwijl op de Academie er gezocht wordt naar nieuwe inzichten. De combinatie van studie en praktijk biedt de student de kans om er in samenhang achter te komen wat hij kan (ontwikkelen), maar ook wat hij wil (ontwikkelen), waar de interesses en fascinaties liggen, wat de student boeit en belangrijk vindt. Er gebeurt dus erg veel in een relatief korte tijd.