Werkloos en wat nu - update 29-11-09
WW-uitkering
WWB-uitkering / bijstand
Een uitkering en het starten van een eigen onderneming
WW en het starten van een eigen onderneming
WWB/bijstand en het starten van een eigen onderneming
De belastingdienst en het starten van een eigen onderneming
WW-uitkering
Voor mensen die werkloos zijn geworden bestaat de Werkloosheidswet, beter bekend als de ‘ WW'. Deze wet regelt dat je na ontslag onder bepaalde voorwaarden recht hebt op een WW-uitkering, als tijdelijke overbrugging tot je nieuw werk gevonden hebt. De eisen waaraan je moet voldoen om hiervoor in aanmerking te komen worden door het UWV (Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen ) bekeken. De duur van de basisuitkering is 3 maanden, als je voldoet aan de zogenaamde wekeneis. Voldoe je aan de jareneis, dan krijg je verlenging en duurt de totale WW-uitkering even lang als je arbeidsverleden in jaren, maar maximaal 38 maanden.
Bij gedeeltelijk ontslag kan jouw werkgever voor jou deeltijd-WW aanvragen. Bij de (tijdelijke) regeling deeltijd-WW is geen sprake van ontslag en beëindiging van het dienstverband, maar van vermindering van het aantal uren. Een schriftelijke overeenkomst en/of overleg tussen werkgever en een werknemersvertegenwoordiging vormt de grondslag daarvan. De deeltijd-WW duurt 13 kalenderweken. Jouw werkgever kan een aantal keren verlenging aanvragen van een vaststaand aantal kalenderwerken, afhankelijk van hoeveel procent van het totaal aantal werknemers er door de werkgever in deeltijd-WW zijn geplaatst. Bijvoorbeeld tot 2 keer een verlenging van telkens 26 weken kalenderweken als meer dan 60% van het aantal werknemers gebruik maakt van de regeling, 3 keer 39 kalenderweken als het percentage tussen 30% en 60% ligt, en 4 keer 52 weken als het percentage maximaal 30% is. In totaal kan de deeltijd-WW niet langer dan respectievelijk 39, 52, en 65 weken duren. Tijdens de deeltijd-WW hoef je niet te solliciteren. Van belang is ook om te weten dat de deeltijd-WW in mindering wordt gebracht op jouw opgebouwde WW-rechten, en dat je geen nieuwe WW-rechten opbouwt over de uren die je niet werkt. Aangezien het een tijdelijke regeling betreft zal je voor de meest recente informatie over deze regeling contact op moeten nemen met het mobiliteitsbureau/centrum van het UWV WERKbedrijf.
Is de deeltijd WW niet van toepassing en je wordt volledig of gedeeltelijk werkloos, dan heb je wel sollicitatieplicht en moet je direct beschikbaar zijn voor betaald werk. Je mag dan bijvoorbeeld geen maken afspraken voor onbetaalde activiteiten, als je daardoor niet direct aan een nieuwe baan zou kunnen beginnen. Om onbetaalde activiteiten te mogen verrichten heb je in alle situaties toestemming nodig van de werkcoach van UWV WERKbedrijf. Je moet solliciteren naar passend werk. Dat is werk dat aansluit op opleiding en werkervaring. Als dat je aangeboden wordt, moet je het aannemen. Op langere termijn kan echter ook ander werk als passend worden beschouwd.
Tijdens de WW-periode kan je hulp krijgen van een arbeidsdeskundige of een werkcoach van het UWV WERKbedrijf. Met deze arbeidsdeskundige of werkcoach kan je samen een re-integratiebedrijf en -traject kiezen. De arbeidsdeskundige/ werkcoach bepaalt in overleg met jou op welk moment een re-integratietraject noodzakelijk is. Je kan ook zelf de re-integratie regelen door een Individuele Re-integratie Overeenkomst (IRO) aan te vragen bij de arbeidsdeskundige of de werkcoach. Je hebt toestemming van de werkcoach nodig voordat je een IRO trajectplan mag laten opstellen. Heb je toestemming, dan kan je zelf een bureau te kiezen. Samen met dit bureau stel je dan een plan van aanpak voor jouw re-integratie op en dient dit ter goedkeuring in bij het UWV binnen 35 kalenderdagen nadat je toestemming hebt van de werkcoach.
Onder bepaalde voorwaarden kan de sollicitatieplicht tijdelijk opgeheven worden, bijvoorbeeld als het doen van vrijwilligerswerk jouw kansen op een betaalde baan vergroot, of als je een eigen bedrijf begint. De werkcoach of arbeidsdeskundige beslist of je in aanmerking kan komen voor vrijstelling van de sollicitatieplicht.
Gedurende de WW-uitkering maak je met jouw werkcoach van het UWV WERKbedrijf afspraken over hoe je werk gaat zoeken en hoe vaak je gaat solliciteren. De werkcoach biedt eventueel ondersteuning bij het solliciteren.
De WW-uitkering stopt aan het eind van de maximale uitkeringsduur, als je niet meer aan alle voorwaarden voldoet om voor een WW-uitkering in aanmerking te komen, of als je weer werk gevonden hebt.
Heb je een baan gevonden tijdens de WW-periode voor minder uren dan waarvoor je een uitkering ontvangt, dan bent je ‘gedeeltelijk werkloos’ en wordt de uitkering, gedurende de resterende duur van het WW-recht, naar evenredigheid van het aantal uren verminderd, dus gedeeltelijk beëindigd. Als het verschil in uren minder bedraagt dan vijf , ben je niet langer werkloos. De uitkering wordt dan volledig gestopt. Ook bij gedeeltelijke werkhervatting blijft je sollicitatieplichtig. De sollicitatieplicht blijft van kracht zolang u een WW uitkering ontvangt.
Op de website van het UWV kan je informatie vinden over het aanvragen van een WW-uitkering, onder welke voorwaarden je hier recht op hebt, over deeltijd-WW, wat er gebeurt nadat je de aanvraag hebt gedaan, en over de hoogte en de duur van de WW-uitkering, en het re-integratietraject. Ook kan je daar te weten komen wat jouw rechten en plichten zijn gedurende de WW-uitkering, en wat je kan doen als je het niet eens bent met een beslissing.
Werkloos
Aanvragen WW-uitkering
Re-integratie
Op de website van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vindt je informatie over de Werkloosheidswet
WWB-uitkering / Bijstand
Is de WW-uitkering gestopt en heb je nog steeds geen werk gevonden dan kan je, in het kader van de Wet Werk en Bijstand, een bijstandsuitkering (WWB-uitkering) aanvragen bij het UWV WERKbedrijf. Die stuurt jouw aanvraag vervolgens door naar de gemeente waar je staat ingeschreven. De sociale dienst in die gemeente beoordeelt vervolgens of je bijstand kunt krijgen en betaalt de uitkering uit. Binnen acht weken dien je een beschikking te ontvangen. In de tussentijd heb je recht op een voorschot van negentig procent van de uitkering. Dit voorschot wordt binnen vier weken na het aanvragen van de uitkering uitbetaald. In de beschikking staat onder andere de hoogte van de uitkering, wat je moet doen om werk te vinden, welke ondersteuning je daarbij krijgt, en wat er gebeurt als je de gemaakte afspraken niet nakomt.
Als je een bijstandsuitkering hebt, moet je aan een aantal verplichtingen voldoen. Bijvoorbeeld als werkzoekende ingeschreven staan, en solliciteren naar alle soorten normaal werk, ook als die niet direct aansluiten bij je opleiding en ervaring.
Met deze laatste verplichting kan je niet meer voldoen aan de eis die de Academie stelt aan het volgen van haar opleidingen, namelijk dat werk in een reguliere arbeidsverhouding en studie worden gecombineerd. Deze eis wordt gesteld om te voldoen aan de Wet op de architectentitel (WAT), om precies te zijn de kwalificaties die opgenomen zijn in de Nadere regeling inrichting opleidingen architect, stedenbouwkundige, tuin- en landschapsarchitect en interieurarchitect.
Op basis van deze wet geeft het diploma van de Academie afgestudeerden het recht om zich in te schrijven in het Architectenregister van de Stichting Bureau Architectenregister (SBA).
Tot op heden is het niet gelukt een collectieve regeling te treffen voor een voorwaardelijke ontheffing van de sollicitatieplicht voor alle werkloze studenten van alle Academies. Dat betekent dat een werkloze student die bijstand heeft aangevraagd zelf individuele maatwerkafspraken zal moeten maken met de klantmanagers van de Gemeentelijke Sociale Dienst. De opleidingseis van de Academie m.b.t. werk en studie geeft aanleiding tot het maken van individuele inspanningsafspraken. Het volgen en afronden van de opleiding betekent immers een inspanning die gericht is op het succesvol verkrijgen van werk dat na de crisis weer in toenemende mate beschikbaar zal komen. En het zoeken naar passend werk blijft in het belang van de student juist vanwege de opleidingseis en het behoud van het recht om na het behalen van het diploma zich in te schrijven in het Architectenregister.
Ten behoeve van het overleg met de klantmanager is onder aan dit artikel een te downloaden bijlage beschikbaar met informatie over o.a. de masteropleidingen architectuur en stedenbouw, de titel MArch en MUrb, inschrijving en instroomniveau Architectenregister, de relatie met werkgevers, het beoordelingssysteem praktijkdeel, en de eindkwalificaties.
Over het aanvragen van een WWB-uitkering kan je informatie vinden op:
Aanvragen WWB-uitkering
Op de website van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid vindt je informatie over de Wet Werk en Bijstand.
Een uitkering en het starten van een eigen onderneming
In plaats van het solliciteren naar werk in dienstverband, kan je ook besluiten om ondernemer te worden en een eigen bedrijf te starten. Je wordt dan freelancer of een zogenaamde zzp-er. De letters zzp staan voor zelfstandig zonder personeel. De begrippen freelancer en zzp-er worden vaak door elkaar gebruikt en verschillen niet veel van elkaar.
De Belastingdienst en het UWV hanteren het begrip freelancer of zzp-er niet. Het zijn geen rechtsvormen, zoals bijvoorbeeld de eenmanszaak. Een zzp-er kan overigens wel een eenmanszaak zijn. Een Verklaring arbeidsrelatie (VAR) van de Belastingdienst kan uitkomst bieden. De ondernemersactiviteiten zijn bepalend (zowel inhoudelijk als de omvang).
Bij het starten van een eigen onderneming komt heel wat bij kijken, zoals het maken van een ondernemingsplan, het inschrijven in de Kamer van Koophandel (KvK), het aanvragen van een BTW-nummer, het aanmelden bij de Belastingdienst, en het opzetten van een administratie. Bovendien krijgt je als ondernemer te maken met allerlei regelingen voor de belastingen en met sommige sociale verzekeringen. Ook de rechtsvorm van jouw onderneming en de financiering daarvan kunnen gevolgen hebben voor jouw fiscale rechten en verplichtingen. Voor startende ondernemers zijn er bovendien speciale startersregelingen in de vorm van kredieten en belastingaftrek.
Als je als zelfstandige werkt zal ook je ook jezelf moeten verzekeren.
Kijk voor meer informatie over het starten van een eigen onderneming op:
KvK > Bedrijf starten
Belastingdienst > Onderneming starten
MKB > Een bedrijf starten
en over verzekeren als zelfstandige:
UWV > Vrijwillig verzekeren
WW en het starten van een eigen onderneming
Het UWV Werkbedrijf biedt de mogelijkheid om tijdens de WW-uitkering te starten met een eigen onderneming. Dit heet de startperiode (startersregeling).
Ben je al klaar voor de start en heb je al een ondernemingsplan dan kan je bij een positieve beoordeling door de werkcoach van UWV WERKbedrijf direct in aanmerking worden gebracht voor de startperiode. De startperiode duurt maximaal 26 weken vanaf de start van je bedrijf. Tijdens deze startperiode ben je eveneens ontheven van sollicitatieplicht. Gedurende de startperiode krijgt je jouw WW-uitkering als voorschot. Na ruim twee jaar bekijkt UWV of je dat voorschot geheel of gedeeltelijk moet terugbetalen, afhankelijk van de winst die je hebt gemaakt.
Heb je nog geen ondernemingsplan of nog niet klaar met je onderzoeken, dan kan je voordat de startperiode ingaat in aanmerking komen voor een onderzoeksperiode van 4-6 weken. Je hebt dan de gelegenheid om met behoud van uitkering alle (haalbaarheids)onderzoeken te doen en een ondernemingsplan te schrijven. Je mag in deze periode geen ondernemersactiviteiten verrichten zoals acquisitie, website online plaatsen, reclame maken, offertes uitbrengen, inschrijven bij KvK etc.) Kortom je moet je uitsluitend bezig houden met haalbaarheids/marktonderzoeken en het schrijven van het ondernemeningsplan. Gedurende deze periode ben je ontheven van sollicitatieplicht. Wordt het ondernemingsplan door het UWV goedgekeurd dan kan je in aanmerking komen voor de startperiode
Wil je in aanmerking komen voor de startersregeling, neem dan eerst contact op met de werkcoach van het UWV WERKbedrijf voordat je enige ondernemersactiviteiten gaat verrichten. Anders loop je de risico dat de startersregeling geweigerd wordt.
Als je een eigen onderneming wilt starten, kun je ook kiezen voor een lagere WW-uitkering en geen gebruik te maken van de startersregeling. Je hebt dan geen toestemming nodig van het UWV, en er is ook geen sprake van een startperiode. Je hebt echter wél een meldingsplicht. Het aantal uren dat je als zelfstandige werkt wordt dan door het UWV in mindering gebracht op jouw uitkering. Dat betekent dat alle zakelijke uren worden meegeteld, dus ook de uren die je besteed aan bijvoorbeeld boekhouding, studie, reizen of overleg met financiers. Het UWV wil dat je het feitelijk aantal aantal zakelijke uren per week opgeeft. Denk daar goed over na. Werk je in een week namelijk een keer minder, dan wordt toch het eerder opgegeven aantal uren blijvend op jouw uitkering in mindering gebracht. Elke uitbreiding van het aantal uren zal echter leiden tot blijvende vermindering op de WW-uitkering. Hierbij zijn niet de inkomsten maar de uren bepalend. Verder is het zo dat je sollicitatieplicht hebt voor het aantal uren waarvoor je een WW-uitkering ontvangt.
Kijk voor meer informatie hierover op:
Een eigen bedrijf opstarten vanuit een WW-uitkering
In de startperiode kan je tevens bij de gemeente waar je staat ingeschreven op basis van het Besluit Bijstandsverlening Zelfstandigen (Bbz) een rentedragend starterskrediet aanvragen van maximaal € 32.774,00.
Kijk voor meer informatie over het BBZ op:
Besluit Bijstandsverlening Zelfstandigen
MKB > Wat is het Besluit Bijstandverlening Zelfstandigen
WWB/bijstand en het starten van een eigen onderneming
Als je na afloop van de WW-uitkering, nog geen werk hebt en een WWB-uitkering (bijstand) ontvangt, kan je onder voorwaarden eveneens een eigen onderneming starten. Ook dan kan je voor financiële ondersteuning een beroep doen op het Besluit Bijstandsverlening Zelfstandigen (Bbz).
Ben je tijdens de WW-periode gestart met een eigen onderneming, dan zou je er voor kunnen kiezen om geen bijstand aan te vragen als de financiële middelen je dat toestaan. Eventueel gemaakte winst zal je namelijk na de bijstandsverlening terug moeten betalen.
Voor startende ondernemers zijn er de volgende uitkeringen mogelijk:
- Voorbereidingsperiode
Voordat je jouw onderneming start krijg je maximaal een jaar om je te oriënteren op het ondernemerschap. Je mag dan cursussen volgen of marktonderzoek doen dat de sociale dienst van de gemeente voor je betaalt. Tijdens deze periode houd je jouw bijstandsuitkering en krijg je vrijstelling van de sollicitatieplicht. Je moet je dan wel gedurende deze periode laten begeleiden door een deskundige. Deze kosten kunnen dan ook weer worden vergoed.
Voor extra kosten die je maakt kan je in het kader van de Bbz een renteloze lening van maximaal € 2.708 (2009) krijgen.
- Vergoeding begeleidingskosten
Je kan je bij het starten van jouw bedrijf laten begeleiden door een deskundige. De kosten voor deze deskundigen kunnen gedurende het eerste jaar na de start van jouw onderneming door de gemeente worden vergoed.
- Periodieke uitkering.
Dit is in principe een renteloze lening. Je kan als startende ondernemer maximaal 36 maanden een periodieke uitkering krijgen waarmee je inkomen wordt aangevuld tot bijstandsniveau.
Na de bijstandsverlening bepaalt de gemeente of je eventueel nog een deel van de lening moet terugbetalen.
- Bedrijfskapitaal.
Je kan in de vorm van een rentedragende lening maximaal € 32.774,- (per 1 januari 2009) aan bedrijfskapitaal ontvangen. Hiermee kan je de investeringen doen die nodig zijn om jouw bedrijf op te starten.
Voorwaarden
Om voor het Bbz in aanmerking te komen dien je wel aan enkele eisen te voldoen:
- Je beschikt over een ondernemingsplan waaruit blijkt dat jouw bedrijf ´levensvatbaar´is;
- Je voldoet aan het urencriterium (minimaal 1225 uren in jouw eigen bedrijf werken (de uren dat je ziek bent en niet werkt tellen niet mee);
- Je kan geen hulp meer krijgen via een bank of borgstellingsfonds.
Aanvragen
Als je in aanmerking denkt te komen voor het Bbz dan kan je aanvraagformulieren halen bij de Sociale Dienst in jouw gemeente. Hier moet je ook jouw aanvraag indienen.
De belastingdienst en het starten van een eigen onderneming
Met betrekking tot de belastingdienst is het van belang te bepalen in welke rechtsvorm je jouw onderneming gaat uitoefenen. De rechtsvorm is van invloed op jouw fiscale rechten en plichten, en van belang met betrekking tot aansprakelijkheden.
Als ondernemer ben je wettelijk verplicht een goede administratie bij te houden en te bewaren (bewaartermijn).
- Eenmanszaak
Als je als zelfstandige werkt en enig eigenaar bent van jouw bedrijf, ben je een zogenaamde eenmanszaak.
Als je voldoet aan de desbetreffende eisen, zal je inkomstenbelasting moeten betalen. Je kan dan echter ook gebruikmaken van de speciale regelingen voor ondernemers.
Als je zelfstandig een bedrijf of beroep uitoefent, ben je ook met betrekking tot de btw een ondernemer en zal je dus omzetbelasting moeten afdragen. Je kan dan als beginnend ondernemer gebruik maken van de ‘Kleine-ondernemersregeling voor de btw’.
Als eenmanszaak kan je personeel in dienst nemen, maar dan krijg je wel te maken met loonheffingen.
De eenmanszaak is een rechtsvorm, maar geen rechtspersoon. Dat betekent dat je aansprakelijk bent voor de schulden van jouw onderneming.
Als freelancer ben je voor de belastingdienst geen ondernemer. Omdat je echter wel inkomsten verkrijgt uit verrichte werkzaamheden ben je voor de belastingdienst een zogenaamde 'resultaatgenieter'.
Voor de inkomstenbelasting ziet de belastingdienst je als ondernemer. Je kan kosten die je voor je werkzaamheden maakt dan ook aftrekken. Je hebt echter weer geen recht op bepaalde faciliteiten, zoals de zelfstandigenaftrek of de investeringsaftrek.
Als je voor een opdrachtgever werkzaamheden verricht dan is het van belang dat de belastingdienst je beoordeeld als ondernemer, en niet als werknemer in dienstverband of als iemand met bijverdiensten.
De belastingdienst geeft daarom op verzoek een Verklaring arbeidsrelatie (VAR) af. Met deze verklaring kan je vooraf zekerheid krijgen over de vraag of jouw inkomsten als belastbare winst uit onderneming, belastbaar loon of belastbaar resultaat uit overige werkzaamheden wordt belast, of je gebruik kunt maken van speciale regelingen voor ondernemers, en of jouw opdrachtgever over deze inkomsten geen loonbelasting/premie volksverzekeringen moet inhouden.
- Maatschap
Als je samen met andere zelfstandigen wil samenwerken kan je kiezen voor een maatschap. Je stelt, al dan niet met hulp van een deskundige, een samenwerkingscontract op met bijvoorbeeld afspraken over de taakverdeling, de wijze van besluitvorming, de verdeling van de winst, en gezamenlijke uitgaven als de huur en eventuele loonkosten.
Elke 'maat’ die aan de desbetreffende eisen voldoet, zal inkomstenbelasting moeten betalen, en kan gebruikmaken van de speciale regelingen voor ondernemers.
Voor de btw is de maatschap als geheel ondernemer en niet de individuele maten. De btw-regels zijn dus op de maatschap van toepassing.
Als de maatschap personeel in dienst neemt, krijgt de maatschap te maken met loonheffingen.
Een maatschap hoeft niet ingeschreven te worden bij de Kamer van Koophandel, tenzij de maten uit BV’s bestaan.
Een notariële akte is niet verplicht, maar is sterk aan te raden om een aantal afspraken vastgelegd te hebben.
De maatschap is een rechtsvorm, maar geen rechtspersoon. Dat betekent dat elke maat voor een evenredig deel aansprakelijk is voor alle schulden van de maatschap.
- Vennootschap onder firma (vof)
Een andere vorm om als ondernemers samen te werken is de vennootschap onder firma (vof). Ook in dit geval stel je samen, al dan niet met hulp van een deskundige, een samenwerkingscontract op.
Elke vennoot die aan de desbetreffende eisen voldoet, zal inkomstenbelasting moeten betalen, en kan gebruikmaken van de speciale regelingen voor ondernemers.
Voor de btw is ook de vof als geheel ondernemer, en zijn de btw-regels van toepassing.
Als de vof personeel in dienst neemt, krijgt de vof te maken met loonheffingen.
Een vof moet wel ingeschreven worden bij de Kamer van Koophandel.
Een notariële akte is niet verplicht, maar is sterk aan te raden om een aantal afspraken vastgelegd te hebben.
De vof is geen rechtspersoon. Elke vennoot is hoofdelijk aansprakelijk voor het geheel van alle schulden van de vof.
De overeenkomst tussen een maatschap en een vof is dat het beide geen rechtspersonen zijn, maar samenwerkingsverbanden tussen natuurlijke personen. Dat betekent dat maten en vennoten met hun privévermogen aansprakelijk zijn voor de zakelijke schulden, tenzij de maten of vennoten uit BV’s bestaan.
Het verschil is echter dat bij een maatschap ieder voor een gelijk deel aansprakelijk voor de schulden van de maatschap, terwijl bij een vof de vennoten ieder geheel aansprakelijk voor de schulden van de vennootschap, dus ook voor schulden die een mede-vennoot heeft gemaakt.
- Stichting of vereniging
Zelfstandige ondernemers kunnen ook samen een stichting of vereniging oprichten. Stichtingen en verenigingen worden in bepaalde gevallen door de belastingdienst ook als onderneming beschouwd. Is dat het geval dan betaalt de stichting of vereniging over de winst vennootschapsbelasting.
Een stichting of vereniging die aan de desbetreffende eisen voldoet, zal inkomstenbelasting moeten betalen, en kan gebruikmaken van de speciale regelingen voor ondernemers.
Op een stichting of vereniging die aan de eisen voldoet van ondernemerschap voor de btw, zijn de btw-regels van toepassing
Als een stichting of vereniging personeel in dienst neemt, krijgt de stichting of vereniging te maken met loonheffingen.
Een stichting moet ingeschreven worden bij de Kamer van Koophandel, een vereniging kan wel ingeschreven worden, maar het is niet verplicht.
Een notariële akte is verplicht bij een stichting, maar niet bij een vereniging.
Kijk voor meer informatie op:
Belastingdienst > Onderneming starten
