Afstudeerpresentatie Remco Clerks
donderdag 16 juli, 14:00
Donderdag 16 juli vindt de afstudeerpresentatie plaats van Remco Clerks (Architectuur), getiteld
“De Graankathedraal”
‘Herenboerderijen als motor voor een zelfredzaam Ommeland’
Hoe kunnen we de stad verdichten, vergroenen en betaalbaar houden? Het zijn vragen die mijn
dagelijkse praktijk op de academie domineren. De stad vraagt en krijgt onze volledige aandacht,
maar wat gebeurt er buiten de stad? Ook daar wonen mensen met vragen en zorgen. Daarom
richt dit afstudeeronderzoek zich op het Ommeland rond Groningen, de regio waar ik ben
opgegroeid.
In dit weidse landschap staan de Groningse herenboerderijen: monumentale boerderijen,
gebouwd door welvarende herenboeren die hun rijkdom uit de graanteelt vertaalden in schuren
als kathedralen met voorhuizen als paleizen. Ooit werden ze de graankathedralen van Europa
genoemd. Tegenwoordig hebben veel herenboerderijen hun agrarische functie verloren en staan
ze als stille getuigen in het landschap dat zij ooit zelf vormgaven. Niet alleen doordat zij het land
cultiveerden, maar ook doordat rondom de boerderijen arbeiderswoningen werden gebouwd
waardoor veel herenboerderij nu onderdeel zijn van de wegdorpen en lintdorpen die je veelal
aantreft in het Oldambt, de gemeente waar dit afstudeeronderzoek zich op toe spitst.
Een gemeente die vandaag de dag wordt aangemerkt als krimpregio. Hoewel de bevolking niet
per se afneemt, verdwijnen voorzieningen wel. In deze omgeving raken ook de herenboerderijen
in verval. Ze zijn te duur om te onderhouden, maar te kostbaar om te slopen. De centrale vraag
van dit afstuderen is daarom: hoe kan een nieuwe bestemming voor de herenboerderij bijdragen
aan een gezonde krimp, waarbij leefbaarheid en erfgoed behouden blijven?
Om die vraag te beantwoorden zijn bewoners, bestuurders en dorpsorganisaties geïnterviewd.
Opvallend genoeg maakten zij zich niet alleen zorgen over het verdwijnen van voorzieningen,
maar vooral over het verdwijnen van ontmoetingen. Steeds kwam hetzelfde voorbeeld terug: de
supermarkt. Niet vanwege de boodschappen, maar vanwege de spontane ontmoetingen die
daar plaats vinden. Tegelijkertijd willen veel jongeren graag in hun dorp blijven wonen, dicht bij
familie en vrienden, maar de woningen zijn vaak te groot en daardoor te duur.
De opgave wordt daarmee helder: hoe kunnen starterswoningen en kleinschalige voorzieningen
een plek krijgen in de herenboerderij, zodat het monument behouden blijft én de leefbaarheid
wordt versterkt in de regio?
De monumentale status van de herenboerderij speelt hierin een paradoxale rol. Enerzijds
beschermt zij het onroerende monument, anderzijds belemmert zij de noodzakelijke
programmatische verandering. Door de herenboerderij te zien voor wat zij is, namelijk een
herenhuis met een schuur, ontstaat een ander perspectief. Het voorhuis is bedacht vanuit de
geest om status uit te dragen: pure architectuurtheorie. De schuur daarentegen is ontstaan
vanuit boerenverstand, zonder tussenkomst van een architect, een vorm van vernaculaire
architectuur. Hierbij werd de schuur afgebroken, opnieuw opgebouwd, aangepast en bewerkt. In
tegenstelling tot het voorhuis gaat het bij de schuur niet om het gebouw, maar om hoe ermee
gewerkt kan worden vanuit boerenverstand. Door deze essentie als vertrekpunt te nemen kan
een drager worden ontwikkeld die het onroerende monument beschermt, maar tegelijkertijd
inbouw faciliteert, waardoor een gemeenschap voortdurend met de schuur kan blijven werken,
vanuit die boerenverstand. Zo blijft de essentie van de herenboerderij in leven; in plaats van een
opgezet dier in het landschap krijgt het roerende erfgoed een gelijkwaardige plek naast het
onroerende monument.
Afstudeercommissie
Mentor : Jesper Baltussen ( Baltussen van Schaik)
Vaste externe criticus : Diederik de Koning ( Ladida design architecture )
Toegevoegde externe criticus : Haiko Meijer (Onix architecten)
Voorzitter : Robert-Jan de Kort (RAVB)
Datum
donderdag 16 juli, 14u00
Locatie RAVB, HR Academieplein, AP.A00.009