Slotpresentatie Niek van der Putten

donderdag 20 augustus, 13u30
Slotpresentatie Niek van der Putten

Donderdag 20 augustus om 13u30 vindt de slotpresentatie plaats van Niek van der Putten (Architectuur) met als onderwerp “Doodnormaal“.

Commissie:
Voorzitter                            : Jeroen Visschers (RAVB)
Mentor                                 : Remco Bruggink (Bureau Hootsman)
Externe criticus                  : Gert Kwekkeboom (Civic Architects)
Toegevoegde criticus         : Robert Winkel (Mei Architects & Planners)

Afstudeerdatum en locatie:
Donderdag 20 augustus om 13u30 in lokaal RD.02.15 van de Rotterdamse Academie van Bouwkunst (besloten bijeenkomst)

Doodnormaal, heel gewoon, vanzelfsprekend. De dood is normaal. Het is iets wat ons allemaal overkomt, bij de een helaas wat eerder dan bij de ander. Na onze dood kunnen we kiezen welke lijkbezorging plaatsvindt: wordt je lichaam afgegeven voor onderzoek, begraven of gecremeerd?

Al eeuwen lang vinden er crematies plaats, echter is er sinds de jaren ’50 een gigantische toename van het aantal crematies in Europa. Ook in Nederland is cremeren een steeds populairdere vorm van lijkbezorging. Op dit moment worden er in Nederland meer dan 100.000 crematies per jaar uitgevoerd, dat is bijna 70% van alle lijkbezorging. Hoewel een groot deel van de bevolking in de stad woont, liggen de meeste crematoria in Nederland buiten de stad of in de periferie.

Ondanks dat cremeren al eeuwen plaatsvindt is het fenomeen crematorium een relatief jong begrip. De ontwikkeling van het crematorium is tot nu toe, in tegenstelling tot andere gebouwtypen, niet hand in hand gegaan met de culturele ontwikkelingen. Het crematorium als gebouwtype ontstond namelijk in samenhang met de ontwikkeling en technische innovatie van de crematieoven. Pas na deze ontwikkeling kreeg het crematorium een eenduidige betekenis als typologie. De fysieke uiting en locatie van crematoria zijn vrijwel altijd buiten de stad en spelen zodoende een kleine rol in de representatie binnen de stedelijke en maatschappelijke context.

De afstudeeropgave richt zich op een crematorium in de moderne stad waar iedereen terecht kan. Vanuit een anticiperende strategie is berekend wat het benodigde programma voor crematies in de stad Rotterdam zal zijn in 2040. Door het programma te spreiden over meerdere locaties binnen de stad, wordt een hogere dekkingsgraad bereikt. De crematoria komen te liggen op belangrijke knooppunten. Eén van die knooppunten is aan de voet van de Erasmusbrug. Deze locatie is als testcase gebruikt voor een verticaal crematorium in de stad.

Door het crematorium in een stedelijke context te plaatsen, moet anders omgegaan worden met het ruimtegebruik. De verschijningsvorm breekt met het conventionele type crematorium dat veelal horizontaal georiënteerd is. Het crematorium is van buiten een sculptuur in de stedelijke context. Binnen heeft elke ruimte een andere functie en representatie van de stad. Tevens is er vanuit elke ruimte een ander uitzicht op de stad.

In het gebouw is veel aandacht besteed aan de ervaring van de gebruikers: de bezoekers en het personeel. Er is rekening gehouden met verschillende routes door het gebouw, zo mag de kist niet kruisen met de route van de bezoeker.

Dit alles heeft geleid tot een herkenbaar, markant gebouw in de stad. Het is een gebouw wat gezien mag worden. Zijn krachtige, soms wat onwerkelijke, uitstraling draagt hier aan bij. Door iets zichtbaar te maken en onder de aandacht te brengen, wordt iets bespreekbaar en door iets bespreekbaar te maken wordt getracht het taboe te doorbreken. Hierdoor wordt een crematorium in een hoog stedelijk gebied, doornormaal!

share item