Katarzyna Nowak architect MVRDV | alumna Architectuur | winnaar Archiprix 2016
vooropleiding Kunstacademie Krakau

Lees meer
sluiten

Katarzyna Nowak

architect MVRDV | alumna Architectuur | winnaar Archiprix 2016
vooropleiding Kunstacademie Krakau

“Zolang ik mij kan herinneren zijn kunst en architectuur mijn grootste passie geweest. Om mijn droom te kunnen verwezenlijken heb ik mijn geboorteland Polen verlaten en ben ik naar Nederland getrokken. Voor mij was dit geen moeilijke stap. Ik ben niet bang om uit mijn comfortzone te stappen om te komen waar ik wil zijn.

Mijn keuze viel op Nederland vanwege de hoogstaande architectuur, maar ook vanwege de professionaliteit – hardwerkend en gestructureerd – en door haar innovatieve en creatieve klimaat. Na mijn masterstudie interieurarchitectuur aan de Kunstacademie in Krakau wilde ik meteen naar Nederland gaan om te werken. Werk was echter schaars. De Academie bleek het antwoord op mijn wens om de beroepspraktijk te betreden en daarnaast architectuur te studeren.

Het ontwerpen van een object zit in mijn natuur; enkel het ontwerpen van strategieën of structuren vind ik te beperkend. In mijn werk onderzoek ik de invloed die de vorm van een ruimte uitoefent op de mens en hoe het de manier waarop we leven kan bepalen. Daarom vind ik het belangrijk dat projecten een concrete vorm krijgen en dat het ontwerp uitvoerbaar is. De menselijke maat vormt de altijd aanwezige en verbindende factor.”

Katerazyna Nowak won in juni 2016 met haar afstudeerproject ‘art in context’ de Archiprix 2016, de prijs voor de beste afstudeerplannen van Nederland in de disciplines architectuur, stedenbouwbouw en landschap.

relatie tussen architectuur en samenleving

Archiprix

De Nederlandse masteropleidingen architectuur, stedenbouw en landschapsarchitectuur selecteren jaarlijks hun beste afstudeerprojecten voor deelname aan Archiprix Nederland. Daarnaast vindt er één keer per twee jaar een internationale editie plaats: Archiprix International. De diversiteit is kenmerkend voor Archiprix. Anders dan bij de meeste prijsvragen is er geen sprake van een gezamenlijke opgave. Zowel het schaalniveau, als de behandelde problematiek, als de wijze van presenteren varieert per project. Aankomend talent wordt vaak voor het eerst door Archiprix gepresenteerd. Archiprix is dan ook dé wedstrijd voor aanstormend ontwerptalent in Nederland.

De Academie mag elk jaar drie afstudeerprojecten voor Archiprix Nederland inzenden en elke twee jaar één project voor Archiprix International. De selectie voor Archiprix Nederland vindt altijd plaats aan het begin van het studiejaar; bij Archiprix International hangt het af van het moment van de jurering en de prijsuitreiking.

‘Art in context’ beste architectuurproject van Nederland

Master Architectuur Katerazyna Nowak won in juni 2016 met haar afstudeerproject de Archiprix 2016. Lees meer over haar project.

 

Paul van den Bergh I META
nominatie Archiprix NL 2019 I master architectuur
mentor: Samir Bantal

META is een verkenning van de consequenties voor onze leefomgeving van een verdergaand proces van digitalisering, medialisering en globalisering waarvan de opkomst van sociale media, (big) data mining en de ontwikkeling van een nieuwe tak van industrie de aanjagers zijn. Deze maatschappij-brede implementatie van disruptieve technologieën is te lezen als een derde moment van Moderniteit, een derde shock toegediend aan het systeem. Het dubbele moment van de moderniteitservaring geldt ook hier: We willen alles delen met de wereld, en tegelijkertijd willen we al onze persoonsgegevens beschermen. Oftewel, met al het enthousiasme genieten we van de publieke viering van alles wat ons bezighoudt, en tegelijkertijd zijn we bang voor wat de grote tech-bedrijven, overheden en onzichtbare partijen met onze intiemste data doen. Dit dubbel moment van transparantie en vrijheid enerzijds en roep om veiligheid en beschutting anderzijds lijkt gelijkwaardig aan het moment van crisis dat ook de vroege Moderniteit kenmerkte.

META is een architecturaal installatiekunstwerk dat de schalen van individuele woning tot regio aanraakt en laat zien wat de ultieme consequentie is van het wonen in deze gefragmenteerde wereld. De gehanteerde strategie is die van de activist-ontwerper. De dystopische donkere zijde van een digitaal Utopia, met enkele kleine lichtpunten. Op biografische wijze zijn verhalen uit de nieuwe digitale wereld van de hedendaagse wereldbewoner opgediept en vertaald in architectonische en stedenbouwkunstige narratieven. Van een nomadische stam die niet enkel meer van waterbron naar waterbron trekt, maar ook van mobiele telefonie-mast naar mast tot Chinese heropvoedingskampen voor jongeren waarvan game-verslaving vermoed wordt; ze worden vertaald en vormen onderdelen van META als gefragmenteerde maquette van een megastructuur.

META is een gecureerde verzameling videofragmenten, teksten, maquettes en beelden die categorisch elk moment van synthese en harmonie eindeloos uitstelt. Door niet zelf te spreken, maar filmbeelden te larderen met een identiteitsloze voice-over blijft META ambigue. META roept vragen op naar de omgang van de hedendaagse architect en stedenbouwer met de onontkoombare processen van digitalisering en medialisering. Hoe als ontwerper na te denken over theorie en praxis in een maatschappij waar identiteit ontmanteld wordt als verhandelbare data, waar de verhouding tussen individu en massa nog verder ontrafeld wordt tot een onherleidbare brei van belangen en posities, waar zowel opwinding voor het nieuwe en heimwee naar het oude naast elkaar bestaan.

Sluiten
Michelle Kox I De sequentiële ruimte
nominatie Archiprix NL 2019 I master architectuur
mentor: Hans van der Heijden

De leegte als uitgangspunt voor een architectonisch stadsplan op het Marineterrein in Amsterdam

Via de historische toegangspoort betreed ik een domein van fragiele, intieme en constant aan verandering onderhevige tuinen. Ik dwaal door ommuurde buitenkamers. De stad en haar geluiden liggen achter mij. Ik neem de materialen en constructies in mijn omgeving waar, elk met een eigen structuur, ritme en kleur. Een gevoel van geborgenheid valt over me heen. Er heerst een serene stilte. Ik doorkruis het plein en zoek de beschutting van de arcade. De zware kolommen en wisselende dieptes leveren een sensatie van licht en schaduw.

De ommegang biedt omsloten doorkijken naar volgende kamers en stadsgezichten. Zo kijk ik uit over het ruwe water van het IJ, dat contrasteert met de strenge orde en het ritme van de stedelijke wanden om me heen. In de verte ligt het Scheepvaartmuseum, als een prachtig schilderij van een verstild stadsbeeld.

Het Marine Etablissement Amsterdam is van oudsher een verborgen enclave. Op deze historische plek, die 350 jaar lang een gesloten vesting is geweest, biedt dit project een tegenpool van rust en introspectie aan de drukte van de stad. Het gebied is niet objectmatig verkaveld maar de leegtes zijn omsloten en architectonisch ontworpen.

Het terrein krijgt twee gezichten. Langs de randen bevinden zich groene en open ruimtes, met een panoramisch uitzicht over het water. De binnenpleinen zijn introvert en ommuurd. Ze kaderen specifieke uitzichten op de historische binnenstad en haar relicten in.

Alle architectonische moduleringen zijn er op gericht om de weldaad van leegte en sequenties van stedelijke ruimte te beleven. Het plaatsen van ronde bogen dwars over de lengte van een arcade, variaties in groottes, hoogtes en dieptes, verschillen in vloerniveaus en de bewuste wisseling van brede naar slankere kolommen. Deze ingrepen brengen onderscheid aan in de doorgaande, open ruimte. Het wordt zo mogelijk gemaakt om, ook al ben je in dezelfde ruimte, je toch in een volgende ruimte te wanen.

Onder dit alles ligt een repeterende draagstructuur die geënt is op de alledaagse banaliteit van parkeren. Er is een continue wisselwerking tussen dit dwingende grid en de behoefte aan luchtige, afwisselende sequenties bovengronds. Door de draagstructuur in één richting, volgend uit de aangrenzende grachtengordel, te plaatsen is er verschil gemaakt in de dikte van de massa’s in een verhouding van 2 tot 3. Dit werkt door in verschillen in buitenkamers, tussenruimtes en woningtypes.

Uiteindelijk resulteert de wederzijdse afhankelijkheid van ruimtes in een pulserende ruimtelijkheid. Doordat je als gebruiker op hetzelfde moment verschillende ruimtes waarneemt, is de ruimtelijke ervaring dynamisch in plaats van stationair. De stad wordt zo een serie structuren en ruimten in plaats van een verzameling van losse objecten.

Sluiten
Bram van Ooijen I wihdaTopia
nominatie Archiprix NL 2018 I De Meester 2018 I master stedenbouw
mentor: Martin Aarts

Vluchtelingenkampen zijn de steden van morgen

De vluchtelingencrisis van de eenentwintigste eeuw is een stedelijk probleem: er leven op het moment meer vluchtelingen in steden dan in kampen. In tegenstelling tot kampen bieden steden vluchtelingen kansen en uitzicht op een toekomst. Daarmee verplaatst het humanitaire probleem en de huisvestingsopgave zich van een niemandsland naar de bestaande leefomgeving. Hoe gaan we om met deze nieuwe realiteit?

Invloedrijke geschriften benadrukken in zijn algemeenheid de tekortkomingen en de uitzonderingspositie van vluchtelingenkampen. Kamp en stad zijn vaak met elkaar vergeleken. Waar de stad de normaliteit vertegenwoordigt, wordt het kamp afgeschilderd als de plek van verharde nationale identiteiten en ideologieën of, omgekeerd, als een plaats van opsluiting voor geopolitieke slachtoffers. Deze vooringenomen stelling kan ertoe leiden dat de ingewikkelde sociale relaties, die vluchtelingen met de stad kunnen ontwikkelen, over het hoofd worden gezien.

Als we de complexiteit van vluchtelingenkampen beter willen leren begrijpen, moeten we afzien van het benadrukken van de verschillen en op zoek gaan naar de overeenkomsten tussen kamp en stad. Sterker nog, de redenering moet zich niet beperken tot de discussie of vluchtelingenkampen het best gedefinieerd kunnen worden in termen van nabijheid en openheid, maar bepleiten hoe deze dimensies uiteindelijk met elkaar verbonden kunnen zijn. Van daaruit kan het vluchtelingenkamp zich vanuit de uitzonderingstoestand, via een heterotopische tussenfase, ontwikkelen tot een inclusieve stadswijk.

Wihdatopia onderzoekt de dubbelzinnige relatie tussen kamp en stad door een praktijkvoorbeeld te
bestuderen. Het gaat dan om het vluchtelingkamp Al Wihdat, een 60 jaar oude, Palestijnse vluchtelingennederzetting, die anno 2017 nog steeds afhankelijk is van internationale hulpverlening, en Amman, de hoofdstad van Jordanië. Welke lessen kunnen we leren van dit stedelijk vluchtelingenkamp? Als de realiteit van het hulpverleningsvraagstuk een stedelijk probleem is, hoe ziet de toekomst van deze plek er dan uit?

Sluiten
Ben Wegdam l Nieuwe energie Twente
nominatie Archiprix NL 2018 l nominatie De Meester 2017 l Master Stedenbouw
mentor: Sander Lap

De opwarming van de aarde tot ruim onder de 2 graden beperken. Dat spraken 195 landen afgelopen jaar af in het klimaatakkoord van Parijs. De doelstelling van dit klimaatverdrag voor 2050 is dat wereldwijd de CO2 uitstoot met 80 tot 95% ten opzichte van 1990 wordt gereduceerd. Dit betekend dat we over moeten stappen van fossiele naar duurzame en hernieuwbare energiebronnen, de energievraag beperken en/of de uitstoot van CO2 afvangen en opslaan. Bij het afstappen van fossiele energiebronnen en overschakeling naar duurzame en hernieuwbare bronnen, betekent dat de geconsumeerde energie lokaal geproduceerd moet gaan worden.

Nederland heeft samen met meer dan 40 landelijke instellingen het energieakkoord ondertekend om de Europese doelstelling te halen. Het opschalen van hernieuwbare energieopwekking vormt een belangrijke pijler van dit Energieakkoord. Het is aan de verschillende stedelijke regio’s om hier verdere invulling aan te geven hoe deze doelstellingen behaald worden, Europa stuurt aan op de innovatiekracht die in de stedelijke regio’s liggen. De visie van de Rijksoverheid ten aanzien van de Nederlandse ruimtelijke ordening sluit aan bij deze Europese gedachte. Met name de regio krijgt hierin een steeds belangrijkere taak om de transitie van conventionele naar hernieuwbare e energie te leiden en lokale initiatieven te ondersteunen en faciliteren, maar hoe komt dit eruit te zien?

We kunnen vandaag de dag woningen energieneutraal maken, kleine landelijke gemeenschappen in haar eigen energie voorzien, maar voor een stedelijke regio’s is dit nog de vraag hoe we dit op gaan lossen. Dit is dus de logische vervolgstap in de omschakeling naar en opschaling van een hernieuwbare energievoorziening. Onze energievoorziening zal dus steeds meer onderdeel worden van onze directe leefomgeving, maar de weerstand in de gemeenschap voor plaatsing van grootschalige energieprojecten op het vaste land is vaak nog groot, ondanks dat dit echt nodig is om de doelstelling voor 2050 te kunnen behalen.

Voor mijn afstudeeropgave heb ik de regio Twente als casus genomen. Twente is niet zomaar een perifere landelijke regio, maar is ook een regio die exemplarisch  is voor Nederland. Het landgebruik (verhouding stedelijk en landelijk gebied), inwonerdichtheid en energiegebruik van Twente is vergelijkbaar met het landelijk niveau.  Daarbij heb mijzelf de opgave gesteld hoe Twente er mogelijk uit kan komen te zien in 2050 wanneer zij 100% zelfvoorzienend is in haar eigen energievoorziening. Dit afstudeerproject laat niet alleen goed zien welke zware opgave Twente  staat te wachten, maar dus ook de belangrijkste opgave voor Nederland voor de komende 35 jaar. Hoe ziet onze toekomstige energievoorziening eruit en wat de impact s op de stedelijke regio’s en landschap? Hoe zal het landschap / landelijk gebied gaan veranderen? Welke ingrepen zijn er nodig op welk niveau. Dit zijn een aantal vragen die ik bij deze afstudeeropgave heb proberen te beantwoorden in een toekomstvisie voor Twente 2050.

Sluiten
Maarten de Haas l In navolging van het voorafgaande
nominatie Archiprix 2018 l nominatie De Meester 2017 l Master Architectuur
mentor: Rien Korteknie

Naast de stofzuiger in de meterkast hangt dan de modem. Voor velen het enige fysieke element van het internet. Het punt waar jij je alleen druk om hoeft te maken. De wifi-verbinding vis je zo uit de lucht en je bestanden, e-mails en foto’s sla je met hetzelfde gemak op in een cloud.

Het achterliggende systeem wat dit allemaal mogelijk maakt is verborgen onder het straatniveau en gehuisvest in gigantische datacenters ergens midden in het landschap. Wanneer je de gemakzucht weet te overwinnen en je je afvraagt waar precies je bestanden cq. gegevens zijn opgeslagen, vind je die zekerheid niet.

In de replica van de echte wereld zijn mensen 24 uur per dag en 7 dagen per week bezig het internet draaiende te houden en jouw te dienen. In die zin leeft men daar in de schaduw van hun werk.

Aan het blinkende en onverweerbare datacentre in het centrum van Rotterdam zit een kleine dienstwoning vast waar de conciërge woont zodat hij bij calamiteiten binnen enkele seconden aanwezig kan zijn om ze op te lossen. De dienstwoning van het datacenter bevind zich exact op scheidslijn tussen de geheime binnenwereld van het datacentre en de gemeenschappelijke buitenwereld samen met de romantiek in zijn hoofd. Waar de conciërge met zijn handen leunend op de vensterbank naar de voorbij rijdende trein staart zonder hem te zien, ergerend hij zich aan de houten kozijnen die opnieuw een verflaag nodig hebben.

Sluiten
Jurgen ten Hoeve l Stadsklooster Rotterdam
De Meester 2017 l nominatie Archiprix 2018 l Master Architectuur
mentor: Ludo Grooteman

In het boek “De onzichtbare steden” van Italo Calvino brengt Marco Polo verslag uit van zijn reizen langs de verschillende steden in het onmetelijk grote rijk van zijn gast- heer, de keizer Kublai Kan. De steden die hij omschrijft zijn mono functionele steden, steeds gebaseerd rond 1 thema: de continu steden, de subtiele steden, de steden en de doden etc. Zijn inspiratie voor de omschrijving van deze verschillende steden haalt Marco Polo uit slechts 1 stad, zijn geliefde Venetië. Het is immers aan de gebruiker zelf hoe hij de stad met al zijn verschillen ervaart.

Iedere stad is opgebouwd uit verschillende thematische netwerken die ervaren wordt door de gebruiker zelf. Een netwerk van wonen, werken, vervoer, winkelen enz. Ieder netwerk binnen de stad loopt door de ander heen en heeft geen einde daar de stad zich steeds verder uitbreidt. Deze uitbreiding is het gevolg van de trek van mensen van het platteland naar de grote stad, op zoek naar een kans voor een beter leven in de vorm van werk, opleiding, sociaal netwerk, voorzieningen etc. De verwachting is dat vanaf 2050 70% van de mensen in de stad woont.

Deze groei brengt naast kansen ook problemen met zich mee, de druk op de stad wordt alsmaar groter. Een gevolg hiervan is dat de stedelijke bewoner blootgesteld wordt aan diverse stressfactoren, stress veroorzaakt door drukte van mensen, verkeer, geluidsoverlast, werkdruk en sociale stress. De Wereldgezondheidsorganisatie heeft stress aan- gewezen als één van de belangrijkste gezondheidsrisico’s in de komende jaren. De mogelijke gevolgen van stress, die zich kunnen uiten in mentale en fysieke gezondheids- problemen, zijn naast hart- en vaatziekten, de belangrijkste oorzaak van ziekte en vroegtijdig overlijden. 1 op de 5 werknemers krijgt te maken met gevolgen die gerelateerd zijn aan stress. Rotterdam staat standaard in de top 3 van de burn-out hoofdsteden van Nederland en had in 2013 & 2016 de dubieuze eer om zich burn-out hoofdstad van Nederland te noemen. Het verzuim welke dit tot gevolg heeft kost jaarlijks 1,8 miljard euro.

Dit probleem was voor mij aanleiding om op zoek te gaan naar een mogelijke oplossing vanuit de architectuur. Vanuit analyses, persoonlijke ervaringen en intuïtie is een plan gemaakt om een rustplek te creëren middenin de drukte van de stad Rotterdam. Een schaduwstad waar de stadsbewoner en/of bezoeker zich kan terugtrekken, om zo de dagelijkse hectiek van het huidige Rotterdam te ontvluchten.

Het plan stelt een strategie voor om een nieuw stuk stad toe te voegen in de vorm van een netwerk die over de reeds bestaande netwerken van functies binnen de stad heen gelegd wordt, met als thema: rust. Het uitgangspunt voor het ontwerp is de kloostertypologie, waar de gang het verbindend element is tussen de verschillende functies. In dit ontwerp wordt deze gesloten typologie vervormt naar een open typologie waar de manifestatie van de gang als verbindend element fungeert en de individuele functies, in de vorm van losse gebouwen, verspreid over de stad aan elkaar verbonden worden. Zo wordt een nieuw netwerk gevormd dat zich tussen en door het bestaande stedelijke weefsel beweegt.

De gebouwen zijn hyper contextueel ingepast binnen de bestaande omgeving in vorm, functie en materiaal en bieden een ruimtelijke en functionele beleving toegespitst op rust. Deze beleving wordt bereikt door het gebruik van een beperkt palet aan materialen, namelijk metselwerk en spiegels. Uit onderzoek naar deze materialiteit is een modulaire maatvoering ontstaan die doorgevoerd is met als doel om rust uit te stralen op ieder schaalniveau. Met het metselwerk en de spiegels wordt de beleving van zowel het interieur als het exterieur gemanipuleerd om zo tot een specifieke beleving te komen die de plek of de functie vereist.

In tegenstelling tot de moderne, op uiterlijk gebaseerde en op zichzelf staande iconografische bouwwerken is het plan juist verweven met, en maakt onderdeel uit van de bestaande stad. De gebouwen bieden een ruimtelijke ervaring waarin vormgeving, materiaal en bouwkundige uitvoering op elkaar zijn afgestemd, met als doel het creëren van een rustplek in de drukke stad. Het plan toont een mogelijke uitwerking van de strategie en heeft dan ook geen echt einde maar probeert juist te stimuleren hoe om te gaan met de stad, hoe deze leefbaarder gemaakt kan worden.

Sluiten
Jan-Willem Terlouw l Parkway Drive
nominatie Archiprix NL 2017 l Master Architectuur
Mentor: Gerard Loozekoot

Het project Parkway Drive van Jan Willem Terlouw (Masteropleiding Architectuur) wil een integraal ontworpen alternatief bieden voor de volledig door civieltechnische (deel)oplossingen gestuurde ontwerpen voor onze wegeninfrastructuur. Startend vanuit het voorgestelde tracé voor de A13/16 zijn niet alleen de civieltechnische eisen en mogelijkheden in kaart gebracht, maar zijn tevens de mogelijke relaties met het omliggende (stads)landschap en de verschillende gebruikersgroepen geanalyseerd. De uitkomsten van deze onderzoeken zijn op intelligente wijze gerelateerd aan de meer exploratieve analyses van de parkway, vervuiling, de toekomst van de auto en de weg en de mogelijke rol van het architectonisch ontwerp, en daarmee van de architect, bij het ontwerpen van infrastructuur. Van daaruit is een continu en samenhangend architectonisch ontwerp voor de gehele A13/16 gemaakt waarin het nieuwe wegtracé volledig wordt geïntegreerd in het omliggende landschap. Tenslotte is niet alleen het profiel van de weg, maar ook een aantal kunstwerken architectonisch uitgewerkt. De gekozen, door de gotiek en art-nouveau geïnspireerde vormentaal levert een esthetische ervaring op, die het in mentale zin toe-eigenen van de weg mogelijk wil maken. Door de combinatie van gedegen onderzoek en kennis enerzijds en indrukwekkende ontwerpkracht anderzijds, biedt dit project zicht op de mogelijkheden van een betekenisvol infrastructureel stadslandschap, ver voorbij een standaardweg van A naar B.

Sluiten
Barend Mense l Inclusive Hackney
nominatie Archiprix NL 2017 l nominatie De Meester 2016 l Master Stedenbouw
mentor: Pieter Jannink

Het project Inclusive Hackney van Barend Mense (Masteropleiding Stedenbouw) is een transformatiestrategie voor de Londonse wijk Hackney. Deze wijk is op dit moment hip and happening, maar haar 'exclusieve' toekomst kondigt zich al aan: grootschalige projectontwikkeling in de vorm van kantoren en dure woningbouw. Het project doet een voorstelbaar tegenbod. De grondige analyse toont aan dat Hackney kwaliteiten heeft, die ook andere vormen van transformatie mogelijk maken. Kwaliteiten die echter noch door de dominante vorm van gebiedsontwikkeling, noch door de vigerende regelgeving onderkend (kunnen) worden. De kracht van het project is gelegen in de keuze van de ontwerper zich vanuit die analyse niet te beperken tot een 'verleidelijk' alternatief ontwerp of masterplan, maar diep in de haarvaten van de regelgeving te gaan zitten om de Londonse marktkrachten een tegenwicht te bieden. Het hart van het project wordt gevormd door de formulering van alternatieve urban design guidelines, waarin niet alleen de eigendomsverhoudingen, belangen, fasering en financieel-economische aspecten een plaats krijgen, maar ook zaken als de verbindende kwaliteit van de openbare ruimte, hergebruik van cultuurhistorisch erfgoed, woningbouwdifferentiatie en het ruimte bieden aan binnenstedelijke (maak)industrie. Op drie plekken in Hackney worden op basis van die nieuwe guidelines interventies voorgesteld, die bewijzen dat een meer inclusieve transformatie daadwerkelijk voorstelbaar is.

Sluiten
Martins Duselis l Roseform
nominatie Archiprix NL 2017 l nominatie De Meester 2016 l Master Architectuur
mentor: Hans van der Heijden

Het project Roseform van Martins Duselis (Masteropleiding Architectuur) betreft een architectonisch ontwerp voor bebouwing op de treintunnel in Rotterdam-Zuid. De kracht van het project is gelegen in een fascinerende, en tegelijkertijd overtuigende, combinatie van onbescheidenheid en bescheidenheid. De uitgangsstelling is onbescheiden, en binnen het actuele debat ook enigszins tegendraads: architectuur heeft zeggingskracht op het schaalniveau van de stad. De gedurfde keuze voor een architectonisch gedefinieerd stedelijk project, geïnspireerd op O.M. Ungers' Grossform, blijkt op zowel het schaalniveau van de stad als op dat van het stadsdeel overtuigend. Op stadsniveau herschrijft het de mental map, terwijl het op stadsdeelniveau het litteken van de spoortunnel heelt en, door de intelligente positionering van de grote blokken en hun parken en tuinen, de omliggende wijken weer met elkaar verbindt. Dit krachtige en agenderende gebaar op stedelijk niveau wordt op gebouwniveau aangevuld, en ondersteund, door een architectonische uitwerking die gekenmerkt wordt door bescheidenheid. Dit is geen architectuur die spektakel wil bieden, maar zich, met een overtuigende inzet van architectonische middelen en zelfbeheersing, wil voegen in de bestaande stad. Het is de architectonische articulatie van een terechte en trefzeker gekozen welgevoeglijkheid, gericht op de reparatie van de stad op het schaalniveau van het alledaagse en het tastbare.

Sluiten
Katarzyna Nowak | Art in Context
winnares Archiprix NL 2016 l nominatie De Meester 2015 | Master Architectuur
mentor: Ludo Grooteman

Vanuit een bestaand prijsvraagprogramma voor twee musea in Budapest is voor dit afstudeerproject een programma van eisen samengesteld dat de basis legt voor een breed palet aan tentoon te stellen kunstwerken - van middeleeuws tot modern. In het ontwerp ligt de nadruk, in tegenstelling tot bij veel hedendaagse museumprojecten, op het interieur van het museum als context voor de kunstwerken. Daarmee bekritiseert het project de huidige praktijk van iconische museumarchitectuur. Die praktijk leidt er namelijk toe dat kunstwerken losgezongen worden van een betekenisvolle, existentiële context en daarmee hun kracht verliezen.

Daar stelt dit project tegenover dat het de taak van de architect is om een voor de tentoon te stellen kunstwerken passende variëteit aan museumruimten te creëren; museumruimten die in hun maat, schaal, materialiteit, sfeer, lichtinval en andere (ook technische) condities specifieke kunstwerken van een specifieke, betekenisvolle context voorzien. Vanuit dat uitgangspunt is 'Art in Context' een ontwerp voor een museum dat bestaat uit een grote reeks tentoonstellingsruimten die zeer specifiek en, in de zin van tentoonstellingscondities, divers zijn. Daarmee vormt het museum een optimaal kader voor de tentoon te stellen kunst, waarbij de nadruk ligt op de maximale ervaring van de afzonderlijke kunstwerken.

Het commentaar van de selectiecommissie RAvB

Het project ‘Art in Context’ betreft een ontwerp voor een uit twee musea samengesteld museum in Boedapest, met een zeer brede collectie. De commissie is onder de indruk van de rijkdom aan betekenissen én ruimtelijke ervaringen die het ontwerp kenmerkt. En net zo overtuigend is de wijze waarop het enorme programma is georganiseerd: een patchwork aan ruimtes die wordt ontsloten over de diagonalen, waardoor zowel overzicht als dwaalruimte ontstaat, en bijeen gehouden wordt door een graduele verschuiving van gesloten naar open.

Tegelijkertijd formuleert het project een heldere en overtuigend uitgewerkte kritiek op de hedendaagse museumarchitectuur. Vanuit de stellingname dat specifieke kunst om een specifieke ruimtelijke context vraagt, zoekt en vindt de ontwerper een rijk palet aan ruimtetypologieën dat verschillende kunstcategorieën maximaal kan huisvesten. Daarmee ontstaat een hernieuwde museumtypologie die een kunst-specifieke ruimtelijke articulatie agendeert, maar tevens opnieuw veroverd kan worden.

De wijze waarop beide ‘kanten’ van het project samen komen in een ontwerpproces dat vrijwel geheel gestructureerd is rond het maken van een continue stroom (gipsen) ruimtelijke modellen, waarmee de ruimtelijke kwaliteit van de verschillende tentoonstellingsruimte diepgaand is doorgrond, wordt eveneens hogelijk gewaardeerd.

Uit het commentaar van de Archiprix-jury

“Met dit fascinerende afstudeerplan, dat het karakter heeft van een ontwerpend onderzoek, slaagt de ontwerpster er op overtuigende wijze in om gestalte te geven aan haar ambitie om een nieuwe museumtypologie te ontwikkelen. (…) In een goede balans tussen de theorie en het ontwerp wordt een intrigerend museum ontwikkeld met een geheel eigen karakter. Interessant is bovendien dat het ontworpen museum niet alleen een doorsnede toont van de kunstgeschiedenis, maar dat de architectuur van het museum zelf ook een doorsnede van de architectuurgeschiedenis is. Het ontwerp biedt daarmee een heel nieuwe kijk op de typologie van musea. (…) Het intrigerende ontwerp heeft diepgang en weet de beschouwer te pakken, mede dankzij de sprekende maquette en heldere presentatie.”

Sluiten
Ruben Sannen l Tanah Antara (Tussenland)
nominatie Archiprix NL 2016 | nominatie Archiprix Intl 2017 | winnaar De Meester 2015 | Master Architectuur
mentor: Jaakko van ’t Spijker

Het project ‘Tanah Antara – Tussenland’ kent, met het agenderen van de zeespiegelstijging in relatie tot de toekomst van de metropool Jakarta, een enorme breedte. De commissie is zeer onder de indruk van het feit dat Ruben Sannen zich niet heeft verslikt in die breedte van het onderwerp, maar de opgave heeft weten te vertalen in een consistent afstudeerproject. Het project beweegt zich door een grote bandbreedte van schalen en raakt op elk schaalniveau steeds de juist snaar van subtiliteit. Daarbij stelt het een grote thematische variatie tentoon; van een polemische stellingname tot gedetailleerde constructieprincipes. Die breedte, diepgang en consistentie zijn kenmerkend voor het project.

Binnen de enorme rijkdom van het project is de commissie extra te spreken over de contextgerichtheid van het project. Die is zichtbaar in de essentie van de hoofdstrategie, namelijk om de water- en zeespiegelstijgingsopgave tegemoet te treden vanuit de logica van de kampong als sociale basiseenheid van en cruciale bouwsteen voor de moerassige metropool. Deze hoofdstrategie is eveneens te herkennen in de sociaal-culturele en klimatologische logica van de architectonische uitwerking én in de totale afwezigheid van ‘paternalisme’ in het project: de commissie merkt aan alles dat de bewoners van Jakarta worden daadwerkelijk serieus genomen worden.

Sluiten
Femke Feenstra | Huis voor Alle Zinnen
nominatie Archiprix NL 2016 l Nominatie De Meester 2015 | Master Architectuur
mentor: Simone Drost

De ambitie van dit afstudeerproject is een nieuw type psychiatrische kliniek te ontwikkelen. Een type kliniek dat bijdraagt aan het welbevinden van patiënten en dat inspeelt op hun behoeften. Niet uitgaande van veiligheidseisen en functionaliteit, maar van zintuiglijkheid en beleving. Gebaseerd op de zintuigelijke waarneming van ieder mens; voelen, zien, horen, ruiken en bewegen. Het ‘Huis voor alle Zinnen’ is een ‘leefomgeving’ die gedachten, gevoelens en gedrag beïnvloedt en die mensen, in plaats van te laten slapen, juist laat ontwaken!

Er wordt heden ten dage bij het ontwerpen en bouwen voor psychiatrische instellingen vooral gedacht in termen van veiligheid, eisen en programma. Dit vertaalt zich te vaak te letterlijk in een prikkelarme, onoverzichtelijke, mensonvriendelijke, anonieme, grootschalige verzameling van ruimten. Het afstudeerproject kiest voor een alternatieve benadering van het ruimtelijk ontwerp voor de psychiatrie. Een afgeschermde wereld die patiënten beschutting, bescherming en ruimte voor de geest geeft. Een wereld waarin ruimtelijkheid en zintuiglijkheid ingezet worden voor het positief beïnvloeden van menselijk gedrag. 'Huis voor alle Zinnen' is daarmee een onderzoek naar hoe er in de psychiatrie een kentering zou kunnen plaatsvinden: van het wegnemen van elke prikkel, naar het stimuleren van patiënten door zintuigelijke prikkels.

Het commentaar van de selectiecommissie RAvB

Het project ‘Huis voor alle Zinnen’ is interessant én relevant, omdat het architectuur op meerdere lagen aanspreekt. Het ontwerp is in architectonische zin, met haar organische vormentaal, zeer uitgesproken. Die vormentaal is het resultaat van een bewuste en expliciete zoektocht naar de maximale architectonische conditionering van de psychiatrische zorg. Door de architectonische articulatie – in vorm, in materialisering, in sfeer en beleving – van de verschillende ruimten direct te verbinden aan verschillende – grondig bestudeerde en in kaart gebrachte – vormen van geestesgesteldheid van de bewoners, formuleert het project een overtuigende en relevante, alternatieve denk- en ontwerprichting voor de omgang met verschillende psychische stoornissen en de rol die architectuur daarbij kan hebben. Vanuit dat perspectief is het project een interessant experiment in een architectuur van de healing environment. Tegelijkertijd stelt het project, op een krachtige en overtuigende wijze, de hedendaagse, sterk financieel gedreven en op maximale efficiëntie gerichte architectuur van de psychiatrische zorg stevig ter discussie. Het feit dat de ontwerper directielid is van een bureau dat zich expliciet op dat terrein begeeft, maakt het project extra opvallend en maakt die inzet van het project ook extra kansrijk.

Uit het commentaar van de Archiprix-jury

"De gepresenteerde benadering biedt een compleet andere context voor de behandeling van psychiatrische patiënten. Het contrast met de bestaande, anonieme, prikkelarme omgeving kan haast niet groter zijn. Het gebrek aan aandacht voor de zintuigelijke aspecten in de ontwikkeling van de typologie van de psychiatrische kliniek wordt met dit plan terecht aan de orde gesteld. Het plan reageert met een fascinerende zoektocht naar passende behandelomgevingen en presenteert een staalkaart aan mogelijkheden."

Sluiten
Christianne Schets | De Laatste Wandeling
nominatie Archiprix NL 2015 | master architectuur
mentor: Ludo Grooteman

Het afstudeerproject ‘De laatste wandeling’ betreft een ontwerp voor een nieuw crematorium op de bestaande binnenstedelijke begraafplaats Orthen in Den Bosch. De keuze voor die locatie komt voort uit de ambitie van de ontwerper om een crematorium te ontwerpen dat een relatie aangaat met zowel de stad als het landschap en een integraal onderdeel uitmaakt van ons dagelijks leven. Het ontwerp voor het crematorium zelf verzet zich tegen de commercialisering en verzakelijking van de uitvaartbranche door het bieden van een ‘gepersonaliseerde’ plek voor afscheidsrituelen en spirituele beleving.

Deze uitgangspunten zijn in de eerste plaats vertaald in een paviljoen-opzet die zorgvuldig is ingepast in de bestaande lanenstructuur, waardoor het crematorium onderdeel wordt van het dagelijkse gebruik van de begraafplaats. De positionering en ruimtelijke opzet van de paviljoens bieden de basis voor het articuleren van verschillende sferen. Het materiaalgebruik versterkt de gedifferentieerde beleving; door de toepassing van glas, beton en hout in gelamineerde combinaties worden zeer sterke sferen gecreëerd.

Lees hier, hier en hier meer over het afstudeerproject.

Uit het commentaar van de selectiecommissie RAvB

“… sfeer en beleving (…) spelen een grote rol in de ruimtelijke beleving van de paviljoens. Dit wordt expliciet gemaakt én ondersteund door de keuze van het materiaalgebruik. (…) In de detaillering en het bijbehorend materiaalonderzoek worden verrassende toepassingen getoond die zich heel goed verhouden tot de geambieerde, verschillende sferen. De ontwerper is overtuigend geslaagd in het ensceneren van de verschillende onderdelen van het uitvaartritueel en weet dit krachtig te ondersteunen door een overtuigende materialisering.”

Uit het commentaar van de Archiprix-jury

“Op de begraafplaats Orthen wordt een crematorium geprojecteerd dat tegemoet komt aan de actuele wens om het afscheid te kunnen personaliseren. De ontwerpster tracht haar doel te bereiken door een drietal paviljoens zodanig in de prachtige begraafplaats te projecteren dat er in samenhang met het omringende landschap en een wandelroute verschillende sferen ontstaan. Hiermee wordt een mooie actuele opgave aangesneden. De gekozen strategie levert in combinatie met de locatie een goed uitgangspunt op om het gestelde doel te bereiken. Ook de keuze voor een routing waarbij de monumentaliteit genuanceerd wordt, past bij het streven naar een waardige plek voor de individuele beleving van het afscheid. De architectonische uitwerking kent mooie vondsten zoals de met hout gefineerde ramen die een mooi en passend lichteffect geven.”

Sluiten
Wesley Leeman | Shuangshan Productionscape
nominatie Archiprix NL 2015 | nominatie Archiprix Intl 2016 | architectuuralumnus
mentor: Dirk Peters

In het afstudeerproject ‘Shuangshan Productionscape’ formuleert de ontwerper een strategie waarin hij de noodzaak van landbouwvernieuwing in China combineert met de recreatieve ontwikkeling van de regio Shanghai. Hierbij vertaalt hij in Nederland ontwikkelde kennis, zowel op het gebied van landbouwinnovatie als op het gebied van integraal ontwerpen, naar de Chinese context. De ontwikkelingsstrategie richt zich op de ontwikkeling van een nieuw landschap in technologische, economische, ecologische en sociale zin.

Het project laat het potentieel zien van de combinatie van een enorm ecologisch-agrarisch systeem met een op ervaring en aantrekkelijkheid gericht educatief en recreatief landschap. Daarbij ligt de nadruk op het tot stand brengen van symbiotische relaties, zonder de machine-logistiek van het productie-eiland te ontkennen of te ondermijnen. Het combineren van de schijnbaar onverenigbare karakteristieken van beide polen van het project gebeurt op het schaalniveau van het eiland en vindt haar hoogtepunt in het centrale expo-gebouw, dat als hoofdattractie en ontwikkelingsmotor fungeert.

Uit het commentaar van de selectiecommissie RAvB

“De commissie acht het dapper om beide schalen uit te werken en vindt dat dit overtuigend is gedaan. Het expogebouw is een tentoonstellingsgebouw en tegelijk een laboratorium voor nieuwe ontwikkelingen. Het gebouw is daarmee een geïntensiveerde weergave van het productiegebied. Een plan dat een dubbel antwoord geeft op de problematiek in die in de grootstedelijke gebieden in China speelt. Een geloofwaardig en boeiend ontwerp.”

Uit het commentaar van de Archiprix-jury

“Het professionele plan omvat een uitgebreide en overtuigende analyse van de bestaande omstandigheden, van de vraag en van de mogelijkheden op het gebied van voedselproductie en leisure in China. Met de formulering van de opgave wordt een relevant thema aangesneden. Het plan is gebaseerd op de nieuwste ontwikkelingen naar gesloten systemen die ecologisch verantwoord zijn en wordt ondergebracht in één gebouw. Daaraan wordt een veelheid aan functies toegevoegd die benodigd zijn voor de productie. Eromheen wordt een leisure landschap ontworpen, gebruik makend van de aanwezige bruikbare elementen. De kwaliteit van het plan zit in het Expogebouw. Dat wordt niet alleen gebruikt voor de voedselproductie en vermaak, maar ook voor sociale doelen, educatie en mentaliteitsverandering over voedselproductie en -consumptie. Het is tot op detailniveau uitgewerkt.”

Sluiten
Jens Jorritsma | Met Water Stad Maken
nominatie Archiprix NL 2014 | stedenbouwalumnus
mentor: Martin Aarts

Het afstudeerproject ‘Met water stad maken’ probeert op de stand van het gewas in de stedenbouw te reageren vanuit een actueel thema: de wateropgave. In deze opgave liggen kansen voor de stedenbouw om haar werkveld te verbreden. Het project formuleert aan de wateropgave ontleende stedenbouwkundige instrumenten op verschillende schaalniveaus en met verschillende effecten. Met dit instrumentarium is voor de wijk Pendrecht een strategie ontwikkeld waarbij zelfredzaamheid van bewoners centraal staat. Vanuit die strategie wordt een toekomstbeeld denkbaar waarin nieuwe vormen van gebruik van de collectieve ruimte hand in hand gaan met een slimme benadering van de wateropgave. Lees meer over het afstudeerproject.

Uit het commentaar van de selectiecommissie RAvB
“Door het hoofdthema - de wateropgave - in te zetten als antwoord op actuele vragen (…), brengt de ontwerper de kansen voor de stedenbouw (…) in beeld. Vanuit een set kanskaarten, die de ontwerper gedefinieerd heeft op basis van oplossingen waardoor water beter ervaarbaar en bruikbaar wordt en waardoor de sociale, ecologische en recreatieve mogelijkheden getoond worden, weet de ontwerper een strategie op te stellen om antwoord te geven op de gestelde vragen. (…) De testcase leidt tot een rijk en zeer overtuigend voorstel (…) voor een nieuw stuk waterstad, waarin gelaagdheid (…) ontstaat. Het (…) ontwerp richt zich op verschillende in de wijk spelende thema’s (…) en relateert deze aan verschillende manieren om via de stedenbouw een ‘bottom up’ benadering te faciliteren. Daarmee is een geloofwaardig toekomstbeeld voor deze wijk geschetst.”

Uit het commentaar van de Archiprix-jury
“(...). Hiermee presenteert het plan een goede benadering van een interessante opgave. De urgentie van de wateropgave wordt gebruikt om de openbare ruimte te herstructureren. Bij de aanpak van de wijk worden ook bewoners betrokken. (…) Het optimisme dat spreekt uit het plan heeft iets aanstekelijks. (…) Het programmerende aspect is de sterkte van het plan.”

Sluiten
Rick van Vliet | Transitie door de Ruimte
nominatie Archiprix NL 2015 | master architectuur
mentor: Maartje Lammers

Dankzij het gegroeide verlangen zo nu en dan uit de steeds drukker en hectisch wordende maatschappij te ontvluchten, zijn wellness centra een populaire bestemming voor algemeen vermaak geworden. Die populariteit blijkt het onderliggende, individuele verlangen naar het achter zich laten van de waan van de drukke dag te ondermijnen. Het afstudeerproject ‘Transitie door de Ruimte’ wil een alternatief bieden, gericht op het welbevinden van het individu.

Centraal in dat alternatief staat de architectonische articulatie van de transitie tussen verschillende sferen. Van daaruit ontplooit zich een ontwerp waarin de totaalervaring vanaf de aankomst tot aan vertrek ruimtelijk is vormgegeven en herkenbaar is voor de bezoeker. Het bouwwerk bemiddelt in architectonische zin tussen individu, de verschillende onderdelen van het programma, het gebouw als geheel en het duinlandschap. Diversiteit en eenheid komen samen binnen dit afstudeerproject.

Lees hier en hier meer over het afstudeerproject.

Uit het commentaar van de selectiecommissie RAvB

“Met als referentie de canyon wordt een belevingsroute vormgegeven die ook de toevallige voorbijganger kan ervaren. Het goed doordachte project is zeer ver uit- en doorgewerkt en de ontwerper toont ermee aan hoe het plan werkt. De gekozen materialisering sluit hier goed bij aan, net als de geraffineerde inbedding in het landschap. Het gebouw wordt als het ware één met het duinlandschap. Een mooi ontwerp.”

Uit het commentaar van de Archiprix-jury

“In de duinen ten zuiden van Scheveningen haven is een wellness resort ontworpen. De fascinatie voor transities wordt door de ontwerper ingezet met als doel een eigen, bijzondere kwaliteit te realiseren. Het complex sluit in vorm en materialisatie mooi aan op het duinlandschap."

Sluiten
agenda

Het gehele jaar door biedt de Academie activiteiten aan om kennis te maken met de masteropleidingen Architectuur en Stedenbouw.

19.06

Publieke slotpresentatie Marieke Veling


Openbaar toegankelijk
Lees meer

24.06

Europan15 x AIR x RAVB #4 M4H


Kom ook!
Lees meer

10.10

Informatieavond


Meer weten?
Lees meer

Ja, ik accepteer cookies

Rotterdamse Academie van Bouwkunst gebruikt cookies en vergelijkbare technologieën (cookies) onder andere om u een optimale gebruikerservaring te bieden. Ook kunnen we hierdoor het gedrag van bezoekers vastleggen en analyseren en daardoor onze website verbeteren. 


Cookies van derde partijen maken daarnaast mogelijk dat u informatie kunt delen via social media zoals Twitter en Facebook. Meer informatie hierover vindt u in ons cookie-statement.